Intermezzo: wat zoemt er door het ND?

In mijn vorige blogpost stipte ik een aantal ontwikkelingen aan, uitgelicht in de media (met name het ND), waar ik iets langer bij stil wil staan. Voordat ik daarmee verder ga, moet ik meteen al pas op de plaats maken met een disclaimer. Ik sprak over jongeren in algemene zin. Noem ik te gemakkelijk verschillende groepen in de samenleving ‘jongere’, al dan niet omdat ik zelf de midden vijftig bijna gepasseerd ben? Ik vind sociologische indelingen van onze Nederlandse samenleving bijzonder nuttig, maar dat is natuurlijk een vak apart. Ik ontkom daarom niet aan generaliseringen. Het zijn vooral de dertigers en veertigers, denk ik, bij wie de behoefte bestaat om op een meer experimentele wijze met geloofszaken aan de slag te gaan en/of om vertrouwde geloofsuitspraken ter discussie te stellen. Op Facebook zien we fotootjes van de reageerders. In die leeftijdscategorieën vermoed ik de sympathisanten van wat in Amerika bekend staat als ‘progressive christianity’. In Nederland komt deze stroming terug, na de diverse gestrande ‘emerging church’ experimenten, in de vorm van de website Lazarus. De echte ‘jonge jongeren’, waar ik ook over schreef, bevinden zich meer in een bekerings- en/of ontdekkingsfase, zijn meestal wat radicaler en als ze afhaken van het geloof, dan boeit het ze allemaal te weinig om zich er blijvend mee bezig te houden. Hoe dan ook, ik kan deze categoriseringen niet bewijzen en voor de grote lijn van mijn betoog is het verder van ondergeschikt belang. Mijn dochters, beiden ‘twenners’, houden mij wel scherp.

Een tweede disclaimer is op z’n plaats. Ik schreef dat als we ‘het grote verhaal’ vertellen, er weer andere obstakels ontstaan. Waar doelde ik op? Opnieuw komt het ND met een nuttige uitleg. In een heldere boekbespreking van een nieuw boek van Brian McLaren door Marc Janssens afgelopen vrijdag (Gulliver / geloof – 2 juni 2017) kwam ik precies dat voorbeeld tegen wat ik in gedachten had, namelijk het geweld in het oude testament. Volgens McLaren moeten we de Bijbel lezen als een ‘geïnspireerde bibliotheek’ met verhalen… “De lastige vragen over het geweld in het Oude Testament vallen op hun plek als we beseffen dat er progressie in het godsbeeld bestaat.” Tja, wat worstelen wij tegenwoordig toch met dat oudtestamentische geweld in de bijbel. Geeft McLaren ons een oplossing waar we mee uit de voeten kunnen? In de tijd rond de eerste Golfoorlog verschenen er meerdere artikelen op internet van theologen over de oorlogen in het Oude Testament. En wat moeten ‘wij’ denken van die christelijke president die op de dag waarop hij het bevel gaf voor een verwoestend ‘Shock and Awe’ bombardement zeer waarschijnlijk -en devoot- uit zijn My Utmost for His Highest las en daarin mogelijk letterlijk gewaarschuwd werd dat ”…one of the biggest snares is the idea that God is sure to lead us to succes.” Hoe gaan die twee (denk)werelden eigenlijk samen? De voor christenen ongemakkelijke bewustwording van oudtestamentisch geweld werd eerder al van extra brandstof voorzien door de aanslagen van 9/11 in 2001. Seculiere denkers gingen steeds openlijker de vraag stellen of het zogenaamd brave Christendom feitelijk ook niets anders is dan een potentiële agressor? De islam zo bestempelen zou (te) kwetsend zijn. In plaats daarvan werden Christenen publiekelijk ter verantwoording geroepen over religieus geïnspireerd geweld. En dat is sindsdien helaas de gewoonste zaak van de wereld geworden.

Er valt nog veel meer te zeggen over ‘de verhalen’ in de Bijbel als theologie. In zijn boek A New Kind of Christianity besteedt Brian McLaren 34 pagina’s aan het thema The Narrative Question’. Nico ter linden zei het al: Het verhaal gaat. Nu is er natuurlijk helemaal niets mis met het idee van het Bijbelse verhaal. In mijn kerk, Crossroads International Church, is dit een regelmatig terugkerend thema. Onder leiding van Brian Newman (medeauteur van speaking peace together) volgde ik in cursusverband lessen naar aanleiding van het bekende boek How to read the Bible for all its Worth. Ter sprake kwam hoe Brian tijdens zijn theologiestudie met gezonde tegenzin tentamen deed over een boek dat alle ‘vermeende’ tegenstellingen in de Bijbel gladstreek. Zo las hij de bijbel niet. Onwillekeurig moest ik denken aan mijn jeugdige ervaring met het boek van Harry Kuitert Verstaat gij wat gij leest? Over de uitleg van de bijbel – Kampen 1968. Kuitert bespreekt daarin allerlei oudtestamentische verhalen en ‘bewezen’ tegenstrijdigheden uit de bijbel en laat ons weten dat we het allemaal niet te letterlijk moeten nemen wat daar staat. Nu ben ik een voorstander van apologetiek, desnoods op detailniveau, maar het ‘overkoepelende’ verhaal mag zeker geen tweederangs plaats toebedeeld krijgen.

Dit gezegd hebbende, wat is dan het probleem? We gaan daarvoor opnieuw naar het ND. In de krant van 6 juni een verslag van dominee Rolinka Klein Kranenburg over het thema ‘De Bijbel is geen handboek, maar wat dan wel?’ Het gaat over de verhalen in de Bijbel die ons steeds weer boeien. Ze gaan ten diepste over onze zoektocht naar God. We zien onszelf erin terug en worden zo verbonden met onze oorsprong, aldus Rolinka.

“Elke keer word ik verleid om door middel van zo’n verhaal uit te leggen waarom de Bijbel zo actueel is, zo dynamisch en zo waar. Niet waar gebeurd, geen feitelijke geschiedenis, maar waar. In al die verhalen ligt namelijk een diepe waarheid verscholen. Een waarheid over de mens en over God die veel groter is dan wij aankunnen. Daarom zijn we er nog steeds zo door gefascineerd, denk ik.”

De Bijbelse verhalen kennen we allemaal, al dan niet vanaf onze prille jeugd van de zondagsschool. In mijn studietijd jaren kwam ik enkele jaren in een kerk waar menig spreker op levendige wijze de oudtestamentische verhalen tot leven wist te brengen en daaruit tal van levenslessen opdiepte. Een heuse preektraditie. We kunnen van alles uit die verhalen halen en deze op onszelf betrekken of er bespiegelingen aan ontlenen over de toekomst van de wereld. Zo legt Brian Newman uit aan de hand van het verhaal over Isaäc en Ismaël, te vinden in eerder genoemd boekje, dat er niet altijd vijandschap zal bestaan tussen Joden en Arabieren. “The narrative of Isaac and Ismael is a promise of God’s plan to redeem and restore that relationship when shalom comes.” Het gaat hier zelfs over een profetische waarheid, gebaseerd op een levensecht en waargebeurd verhaal. De Bijbel is beslist geen fictie en zeker niet bedoeld als een ‘literaire bibliotheek’, daarvoor is de Bijbel te echt en ook te divers in genres. De Bijbeltekst suggereert ook nergens dat het om alleen maar educatieve verhalen en/of levenslessen gaat. Het gaat in het oude testament in ieder geval om de geschiedenis van het Joodse volk en om de zelfopenbaring- en zelfs profetische beloften van de God van het volk Israël.

Een laatste vraag. Wat wil de beweging rond de Lazarus avonden nu bereiken? [Tot 12 juni trekken de initiatiefnemers van online platform Lazarus​.nl ​door Nederland. Op zeven maandagavonden vertellen steeds weer zeven nieuwe sprekers in zeven minuten wat het kan betekenen om progressief christen te zijn.] Eerlijk gezegd is mij dat tot nu toe niet echt duidelijk. Rob Bell, Brian D. McLaren en Peter Enns zijn vooralsnog de Amerikaanse ‘progressive theologians’ die opgenomen zijn in de Nederlandstalige Lazarus-bieb. Peter Enns lijkt mij van deze drie nog het dichtst bij de evangelische traditie te staan. Zijn boek Omdat de Bijbel het zegt (uitgeverij Plateau, Barneveld 2017) is vlot -en met een flinke dosis humor- geschreven. Ook hij gaat in op het thema van de uitroeiing van de Kanaänieten in het oude testament en op het belang van de Bijbelse verhalen. Vrienden van de auteur die kladversies van het boek lazen, zouden nu in het evangelisch getuigenbeschermingsprogramma zitten. Het boek leest prettig en de schrijver is openhartig. Ik ben benieuwd wat Peter Enns ons allemaal te vertellen heeft.

Laat ik mijn INTERMEZZO besluiten met een ingezonden brief in het ND als reactie op de Lazarusavond van 5 juni jl. Het is een mooie, welhaast pastorale reactie van Wiendelt Steenbergen, christelijk-gereformeerd emeritus predikant, Zwolle (7 juni 2017).

Mooie dingen schrijft Rolinka Klein Kranendonk over wat de Bijbelse verhalen met je doen (ND 6 juni). Maar als zij de tegenstelling maakt ‘wel waar, maar geen feitelijke geschiedenis’, dan ontspoort háár verhaal. Want de Bijbel wil ons wel degelijk vertellen hoe God heeft ingegrepen in onze geschiedenis. Eerst in Israël en uiteindelijk in Jezus Christus: zijn komst op aarde, zijn dood en opstanding. Over de manier waarop dat vorm heeft gekregen in de verhalen van de Bijbel, is het nodige te zeggen. Maar als je de feitelijkheid wegstreept, houd je geen grond onder de geloofsvoeten over. Om met dominee-dichter Geert Boogaard te spreken: Wanneer het niet waar is dat er iemand in de wereld is gekomen die de naam Immanuel draagt, kan niemand leven. Ik kan niet leven met schuld als er geen komst is. En niet met een lichaam dat vergaat, als ik in zijn handen geen sleutel weet die past op de deur van mijn graf. Of met de apostel Paulus: als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof nutteloos. <

 

 

Advertenties

Wat zoemt de laatste weken door het ND?

Het verhaal van de Bijbel begint niet bij Jezus

Nederlands Dagblad – Opinie – 31 mei 2017, 03:00 – Piet Houtman * theoloog


Moeten we het evangelie niet anders onder woorden brengen dan tot nu toe, zodat mensen er blijer van worden? Die vraag zoemt de laatste weken door het ND. Ja dat kan. En dat verhaal begint niet bij Jezus.

Als wij als zondig en schuldig worden neergezet, worden wij er somber van en zelfs angstig (Annemieke Bosman, ND 23 mei). De boodschap dat wij met God verzoend worden door het bloed van het offer van zijn Zoon wekt afkeer bij atheïsten, vrijdenkers en boeddhisten (Gert-Jan Roest, ND 13 mei). We kunnen ook denken aan moslims, die de gedachte dat God een zoon heeft onverteerbaar vinden. Het gaat volgens Roest eerder om vernieuwing van de schepping. De vroege kerk beleefde het evangelie meer als een overwinning (Mattias Rouw, ND 16 mei).

Zelf merk ik ook bij veel broeders en zusters dat ze zich meer bedrukt voelen door hun tekortschieten en minder blij dan ik graag zou willen en dan volgens mij ook zou kunnen. Jammer.

Nu zullen weinig christenen volhouden dat het evangelie bedoeld is om ons onszelf machteloos en somber te laten voelen. De traditie van de bevindelijkheid wekt soms wel die indruk: je mag dan gedoopt zijn, christen heten en kerkdiensten bijwonen, denk niet dat het daarmee wel goed zit; er is meer nodig.

niet geremd

De ‘oorspronkelijke’ predikers van verlossing uit zondige verlorenheid, zoals Paulus, Augustinus en Luther, verkondigden hun boodschap vanuit hun eigen doorleefde ervaring. En zij werden niet bepaald geremd door gevoelens van onwaardigheid en onbekwaamheid (‘tot enig goed’). Integendeel, zij hebben vol energie gepreekt en aan de kerk gewerkt, met veel vrucht. Zij waren charismatische figuren. Wel hadden zij de gave om bij zichzelf naar binnen te kijken, over zichzelf na te denken en dat onder woorden te brengen. Die gave mag je niet in dezelfde mate bij iedereen verwachten. Het evangelie wil wel ieders geweten beroeren, maar dat wil niet zeggen dat de aanspraak ‘Jij bent een zondaar’ altijd de enige of de meest geschikte toegang is. Daarbij speelt iets dat uit de evangelische traditie komt. Dat is het idee dat we het evangelie zo kort moeten kunnen samenvatten dat we de hoorder in één preek moeten overtuigen van zijn zondigheid en, onder de dreiging van straf, tot overgave aan Christus brengen. Dat is een misvatting.

De Bijbel is een verhaal. Dat verhaal begint niet bij Jezus. Het begint bij God die de wereld schiep met de mensen erin. De eerste belofte, de ‘moederbelofte’, spreekt van overwinning. En het eerste offer, dat van Abel, is een dankoffer, waarbij verzoening nog niet in beeld is. Dat grote verhaal van de Bijbel is universeel, het vertelt wereldgeschiedenis; individuele personen hebben hun plaats in dat totaalverhaal. In de loop van dat verhaal leer je de levende en handelende God steeds meer kennen. Ook al kijk je nog niet zo bij jezelf naar binnen, of al is je geweten als kind en jongere nog in ontwikkeling; je leert wat zonde is en hoe God daarmee omgaat. Je leert ontzag voor Hem te hebben.

moslim

In de loop van die geschiedenis, in zijn daden, laat God zien hoe Hij liefde is. Waarom zou je een moslim niet eerst vertellen over de díénaar van de HEER uit de profetie van Jesaja, om van daaruit bij Jezus als zijn Zoon te komen? Mensen van onze tijd en cultuur mogen de Israëlitische offerdienst eerst nog vreemd vinden – later blijkt wel dat er voor verlossing verzoening door Christus nodig was, die zichzelf opofferde, overwinnaar was en wereldheerser.

Zo is het verhaal vanouds verteld. Kijk ook maar naar de Apostolische Geloofsbelijdenis. In die lijn maakt de zending nu meer gebruik van de verhalen van de Bijbel, op de manier van een kinderbijbel. Ook bij het preken is de verhalen vertellende methode sterk naar voren gekomen.

We kunnen ook beginnen bij het nieuws van dichtbij: hoeveel bederf er in de samenleving zit. Je begint dan met het nieuws zoals dat op ons afkomt. En gebruik dan Romeinen 1 en de volgende hoofdstukken die vertellen dat er een samenleving zonder God is, vol van haat en geweld, hebzucht en corruptie, vunzigheid en bedrog. Dat verhaal kan eerst nog op een afstand blijven: het gaat over anderen. Om dan over te gaan op onszelf en onze gesprekspartner. Ook hier gaat het over meer dan zielen die gered worden: het gaat over de mensenwereld.

Overigens zullen ook van het brede evangelie mensen zich afkeren; dat blijft.


Spoorzoeken:

Het artikel van Piet Houtman geeft naar mijn mening treffend weer wat er zich momenteel aan de randen van de Nederlandse Christelijke ‘denkwereld’ afspeelt. Christenen in brede kring voelen zich gaandeweg ongemakkelijk met een robuuste theologie van ongepolijste geloofsuitspraken. De termen verzoening, verlossing, het bloed van Christus en vooral ‘genoegdoening’ en ook plaatsvervanging laten zich niet meer zo makkelijk duiden en lijken voor met name ‘young professionals’ en empathische gelovigen aan betekenis te verliezen. Hebben de vier geestelijke wetten (Campus Crusade) hun langste tijd gehad? En als wij in plaats daarvan ‘het grote verhaal’ vertellen, ontstaan er dan geen nieuwe obstakels? Als het evangelie niet meer primair over onszelf gaat, verliezen we dan niet gauw de juiste focus? Sociaal activisme, vluchtelingenhulp, wereldverbetering en andere acties die menselijk lijden moeten helpen oplossen zijn nu eenmaal niet de kern van het evangelie.

En er is mogelijk meer aan de hand. In het voorwoord van het boekje Zonderschuld – Woestijnvaders over vernieuwd leven (april 2017), van Mattias Rouw, schrijft psychologe Michelle van Dusseldorp hoe veel christenen in de knoop zitten (geboeid en verlamd) door een diffuus ondergronds nergens concreet aan verbonden schuldgevoel. De auteur van Zonderschuld wijst een manier van leven aan als navolger van Christus waarin je als gelovige vrij bent om met frisse moed, al wandelend met hem op weg te gaan. Maar de auteur zoekt die gewenste verandering ook in een andere kijk op ‘zonde en verlossing’. Hoe anders dan? Dat laat zich niet zo makkelijk verklaren. In ieder geval anders dan de Reformatie ons aanreikt. Hij zocht en vond ‘oude waarheden’ bij de woestijnvaders.

Voor grote groepen jonge christenen die overladen worden met populistische religieuze blogs, nieuwe vormen van theologie en open staan voor twijfel en een holistische kijk op de wereld, is het evangelie zoals kerk en gemeente die ‘godzijdank’ nog steeds elke zondag brengen, geen vanzelfsprekendheid meer. Jongelui willen helemaal niet praten over ‘hemel en hel’, maar uitsluitend over ‘het hier en nu’. Hoe is mijn levensgevoel, wat zijn mijn kansen, hoe kan ik bijdragen, hoe word ik serieus genomen? En hoe kan ik mijn leven en toekomst op de juiste manier vormgeven, zodat maatschappelijk succes en duurzaamheid hand in hand gaan? Legitieme vragen en wensen natuurlijk. Allemaal enorm belangrijk ook. Maar uit welke ideologische en religieuze bronnen put die nieuwe generatie gelovigen om haar doelen te verwezenlijken? Bij die vraag zou ik nu eens wat langer stil willen staan. En, om even terug te gaan naar het artikel van Piet Houtman, waarom zouden we niet bij Jezus beginnen? Leg mij dat nou maar eens uit.

Oosterse mystificaties van Jezus

Deepak Chopra schreef een boek over Jezus, om precies te zijn, over de derde Jezus; zijn eigen versie van Jezus dus. Een korte impressie daarvan en een actueel videofragment.

By Steven Bancarz The most prominent teacher of mysticism and New Age philosophy in the West Deepak Chopra goes toe to toe with Christian apologist Greg Koukl on Lee Strobel’s show “Faith under Fire”. This episode called “The Future of Faith” aired in 2005.deepak-chopra

In deze video legt Greg Koukl onder meer uit dat het niet respectvol is om geïsoleerde teksten uit de evangeliën te nemen en die naar willekeur te (her)interpreteren vanuit een zelfgekozen context, in dit geval het esotherisch-hindoeïstische gezichtspunt van Deepak Chopra. Jezus was overduidelijk iemand die leefde en preekte vanuit de Joodse leefwereld (He had a biblical worldview) aan de begintijd van onze jaartelling. Jezus geloofde niet in een kosmisch bewustzijn en hij was geen Hindoe mysticus. Hij was een monotheïst en hield zich aan (en beriep zich op) het oude testament. Deze weergave is mij uit het hart gegrepen. Daar waar wij parallellen zien, mag je dat natuurlijk benoemen, maar de hele geestelijke denkwereld en intentie van de boodschap van Jezus ‘spreekt’ een duidelijk Bijbelse taal. Hieronder vervolg ik mijn blog met een eerdere poging van mij om een recensie te schrijven van één van de boeken van Chopra over Jezus. Veel leesplezier.

“Ik was verrast door het ongemak dat uit alle hoeken op me afkwam toen ik over Jezus ging schrijven. Niemand wil geschokt worden in zijn geloof, of gebrek daaraan. Een zenuwachtige vriend zei: ‘Dan ben jij zeker een gnosticus? Dat is toch de enige mogelijkheid die je eigenlijk hebt?’

‘Nee,’ legde ik uit, ‘ik ben geen gnosticus.’ “

En dat laatste is wat mij betreft een hele verademing. Deepak Chopra wijdt er een kort hoofdstuk aan. Naast een aantal uiterst nuttige en rake uitspraken, komen we ook hele gekke uitglijders tegen. Zo schuift Chopra de kerkvaders in de schoenen, dat die de gnostische sekten zouden hebben uitgeroeid. De kerkvaders zouden vol frustratie zijn geweest, omdat van hun belofte dat Jezus voor eens en altijd de wereld van zonde had bevrijd, niets zou blijken. “Niemand kan om zich heen kijken, toen niet en nu niet, en dit geloven.” Het uitgangspunt van Chopra kunnen we wellicht goed samenvatten met de laatste twee zinnen van genoemd hoofdstuk: “Maar we kunnen ook nagelaten lessen vinden die niet vertroebeld zijn door het wanhopige verlangen naar een messias. In de evangeliën ligt alles wat we nodig hebben voor een innerlijke reis, die veel rijker is dan wat de gnostici te bieden hebben.” (pag.53)

Nog een opmerking vooraf. Ik maak er geen geheim van dat ik zeer kritisch sta tegenover de algemene visie en diverse Bijbelinterpretaties van Deepak Chopra. Dat neemt niet weg dat we af en toe best heel interessante observaties tegen kunnen komen. Er zijn mogelijk zelfs interpretaties waar christenen totaal geen moeite mee zullen hebben, ook al brengt de auteur ze onnodig als nieuw en verlichtend. Dat kan behoorlijk irriteren. Ik kan onmogelijk over alle Bijbelteksten die Chopra aanhaalt iets zeggen. Mijn bedoeling is om een algemeen beeld te geven van zijn boek. Duidelijk in ieder geval is, dat Chopra er behoorlijk eigenzinnige ideeën op nahoudt en weinig blijk geeft van grondige kennis van christelijke theologie. En dat geeft het boek tegelijkertijd zijn mysterieuze charme. Zie daar, een typische ‘deepak-paradox’ hebben meteen te pakken. Een andere paradox wil ik de lezer evenmin onthouden. Tijdens een meditatie oefening, klik hier naar abc-News, zien we dat Deepak Chopra de mantra ‘I am’ aanbeveelt aan volgeling Dan Harris. Een gedurfde verwijzing naar de God van de Bijbel. Iets om over na te denken.

Wat de inleiding van zijn boek betreft, citeer ik Chopra voorlopig (zij het verkort) vrij letterlijk uit de Nederlandse vertaling van zijn boek The Third Jesus. De dikke pagina’s en het grote lettertype geven de Nederlandse uitgave een onschuldige uitstraling. Echter, wie de betekenis van Chopra’s betoog goed tot zich laat doordringen, zal al gauw ontdekken dat het boek gezien kan worden als een stevige aanval op orthodox christelijk geloven. Voor meer inzicht in deze ‘paradoxale’ auteur een aardig interview met Heidi Jones op WABC-TV en beluister daar waarom God van lachen houdt. Dit is een geschikte Nederlandse link: klik hier en ook op Wikipedia.

Volgens Chopra is het – voor christenen – niet mogelijk gebleken om volgens de ‘gulden regel’ van Jezus te leven (Mattheüs 7:12): “Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen.” Hij noemt deze uitspraak van Jezus het grondbeginsel van het christendom. Deze ‘gulden regel’ is echter niet in overeenstemming met de menselijke natuur. Jezus zou daarom ontoereikend onderwijs hebben gegeven. Jezus wees als oplossing en ideaal op de kracht van het koninkrijk (het rijk van de ziel). Daarin kan ik Chopra enigszins volgen. Jezus wilde een wereld inspireren die was wedergeboren in God, maar hij slaagde niet in zijn missie. Zijn volgelingen waren volstrekt niet in staat om te leven zoals Jezus van hen verlangde (een aantal zeer negatieve kwalificaties laat ik hier ongenoemd). Chopra noemt die constatering de schaduwkant van hun nieuwe geloof. Het christendom, zo vervolgt hij, moest een compromis sluiten met het visioen van Jezus. Het alternatief – een volledige transformatie van de menselijke aard – bleek onmogelijk. Misschien aardig in dit verband te wijzen op een toepasselijk artikel van The Internet Monk.

Chopra wil het door hem gesignaleerde dilemma – hoe te leven zoals Jezus wil dat wij leven – graag oplossen. Uit de rest van zijn betoog blijkt dat aan deze wens zijn persoonlijke beleving ten grondslag ligt van de pseudo-christelijke Amerikaanse samenleving ten tijde van president G.W. Bush; daarover straks meer. Chopra wil met zijn boek een radicale operatie uitvoeren. We mogen dus geen compromissen meer sluiten, maar moeten – als oplossing – het visioen van Jezus, dat radicaal is en mystiek, een zinvolle toekomst geven. Jezus zou het godsbewustzijn hebben bereikt. “Hij kende geen scheiding tussen zijn gedachten en de gedachten van God, tussen zijn gevoelens en de gevoelens van God, tussen zijn handelen en de handelingen van God.” Jezus wilde vooral het menselijk lijden uitroeien; hij ging tot aan de wortel van de menselijke conditie. Daar bedoelt Chopra natuurlijk iets anders mee dan ‘de zonde’.

In het kort beschrijft Chopra vervolgens zijn eigen multireligieuze achtergrond in het India in de tijd dat Pakistan ontstond (1947). Hij leefde toen op de scheidslijn van idealisme en geweld. Nu zouden wij wederom in turbulente tijden leven. Chopra schrijft zijn boek in de volle overtuiging dat hij de werkelijke betekenis van het Nieuwe Testament weergeeft. De arts Chopra besluit zijn inleiding met een soort van dwingende volzin: “Niemand die Jezus centraal stelt op zijn of haar spirituele pad kan zich afzijdig houden en niemand kan de woorden van Jezus lippendienst bewijzen terwijl schuld, pijn en lijden voortbestaan zonder enige vorm van heling.” Hoe stelt Chopra zich dat voor?

Ik heb overwogen Chopra’s centrale uitgangspunt ter discussie te stellen, dat het grondbeginsel van het christendom met name gelegen zou zijn in de woorden van Jezus over de omgang met je naaste, met als lakmoesproef hoe jezelf behandeld zou willen worden. De ‘gulden regel’, zeg maar. Natuurlijk staat het een ieder vrij te definiëren wat volgens hem/haar de essentie van de boodschap van Jezus is. Het lijkt me evident dat hier sprake is van een doelredenering, die goed past in de belevingswereld van de auteur. Van mij mag Chopra dat zo zien. Dit leidt natuurlijk tot de vraag wat volgens mij dan wel de centrale boodschap van Jezus is. Ik denk dan al gauw aan grote thema’s als wet en genade, profetie en vervulling, zonde en gerechtigheid etc. Theologische thema’s te omvangrijk voor de beperkte opzet van deze boekbespreking, maar ik wil wel één voorzet geven.

We zouden nu misschien de apostel Paulus aan het woord moeten laten, met zijn bespreking van de begrippen geloof, hoop en liefde. Maar ik zou hier willen wijzen op de Bijbelse thema’s van vergeving, aanbidding en vertrouwen. Ik beperk me tot het begrip vergeving. Vergeving in de meest uitgebreide betekenis van het woord is ontegenzeggelijk de centrale ‘heartbeat’ van het Christelijk geloof. Opmerkelijk is, dat we dit begrip in het boek De derde Jezus nagenoeg niet tegenkomen. Chopra geeft wel een summiere beschrijving van de volgens hem centrale begrippen (negen in totaal): meditatie, contemplatie, openbaring, gebed, genade, liefde, geloof, verlossing en eenheid (pag. 37 e.v.).

Recentelijk las ik twee aansprekende artikelen in Trouw (zoek bij 8 augustus 2009): Dader vergeven kan helend zijn en Vergeven is een bevrijding. Het gaat over de weduwe van Gert-Jan Heijn. Zij kwam er al snel achter dat het vergeven van Ferdie E. voor haar het enige mogelijke antwoord was op de brute moord van haar man. Ik verwijs ernaar, maar we moeten verder met de boekbespreking. Op een ander moment wil ik hier op terugkomen.

Wie niet genoeg kan krijgen van Deepak Chopra’s eigenzinnige (re)constructie van zijn derde Jezus, verwijs ik nog naar het Voorwoord van Chopra’s volstrekt fictieve biografie over de zogenoemde ‘verloren jaren’ van Jezus (vanaf Jezus twaalfde tot zijn dertigste levensjaar). Ook daar vinden we een beschrijving van het ideaalbeeld van de mystieke en altijd invoelende Jezus, zoals Chopra Jezus graag ziet. De ‘nasty’ angel of voetklem daar: “…, want hoe uniek Jezus ook is, als je hem tot de enige Zoon van God maakt, laat je de rest van de mensheid ontredderd achter.” Een bijna wrange woordspeling. Het gaat Chopra uitsluitend om een liefdevolle en vriendelijke Jezus vol mededogen en wijsheid, die via oeroude oosterse (lees: Boeddhistische) principes de verlichting zou hebben bereikt. Op pag. 179 komt dit nog eens aan de orde:

De uniciteit van Christus maakten al eeuwen etc.

Tot zover mijn bespreking van de inleiding van het boek De derde Jezus. Voordat ik verder ga met mijn bespreking van de drie delen waaruit het boek is opgebouwd, stap ik voor deel II van mijn bespreking eerst over naar het laatste hoofdstuk van het boek. Want, zoals vaker het geval is, zit het venijn ook hier in de staart. In het laatste hoofdstuk leren we de auteur kennen met al zijn onverbloemde aversie tegen het geloof van wedergeboren christenen. Dat is overigens geen al te verrassende ontdekking. We moeten daarbij bedenken dat Chopra een Boeddhistisch gekleurde levensvisie heeft, zelf als arts werkzaam is en wereldwijd bekendheid geniet als succesvol schrijver en – voor velen – geldt als spiritueel leidsman. Chopra is een groot voorstander van de New Age gedachte. Elke vorm van orthodox christendom verfoeit hij ten diepste en dat is goed te merken. Zo lezen we bijvoorbeeld in Chopra’s boek Life After Death (2006), dat hij zeer gecharmeerd is van de ideeën van het esoterische schrijversduo Timothy Freke en Peter Gandy, als het gaat om Jezus en de waarde van het Nieuwe Testament. Dit vraagt wellicht om enige uitleg, al was het alleen maar omdat Chopra zich – zo zagen wij – distantieert van een gnostische lezing van het evangelie. Helaas kan ik daar hier onmogelijk verder op ingaan. Voor een theologisch betrouwbare en wetenschappelijke verantwoorde weergave van feiten – alsmede de diverse interpretaties daarvan (en voor wie het lezen van een Engelstalig boek geen hoofdpijn geeft) -, verwijs ik graag naar de recentelijk geheel herzien versie van Craig Blombergs bekende boek Jesus and the Gospels: An Introduction and Survey. Klik hier voor een korte beschrijving. Voor informatie over oude en nieuwe vormen van gnostiek, kunt u goed terecht op de website van Magazine CV-Koers (rubriek: Studie & Verdieping).

Wordt vervolgd…

November zes jaar geleden schreef ik het volgende over bijna-doodervaringen.

scan

Al langere tijd ben ik erg geïnteresseerd in ‘bijna-doodervaringen’ (BDE). De hoogste tijd om zelf eens wat gedachten over dit ongrijpbare fenomeen op ‘papier’ te zetten. De BDE, een bewijs voor leven ná de dood? Waar of niet waar? En hoe reëel is het eigenlijk…? Wat mij betreft is er geen twijfel over mogelijk. Helemaal waar, maar dat neemt niet weg dat ik een aantal kritische vragen wil proberen te beantwoorden.

Wat mij in de diverse media berichtgevingen over bijna-doodervaringen opvalt, is dat ondanks de ruime aandacht voor de bijna-doodervaring, met name na de publicatie van Eindeloos bewustzijn (2007), van onderzoeker en voormalig cardioloog Pim van Lommel, de publieksdiscussie lijkt te blijven steken op het punt van het al dan niet wetenschappelijke gehalte van Van Lommels verklaringen met betrekking tot het verruimde bewustzijn, en te weinig (of zelfs niet) ingaat op reële vragen als: is er leven na de dood en bestaat er een onsterfelijke ziel? En dat schiet wat mij betreft helemaal niet op.

Daar komt bij, hoe betrouwbaar zijn de BDE-verslagen eigenlijk om ook theologische uitspraken te kunnen doen? Niet alle ervaringen zijn overigens even volledig of positief. Uit onderzoek blijkt (bron: internet…) dat minstens 15% van de onderzochte bijna-doodervaringen ronduit negatief is. Ervaringen die variëren van duisternis met sinistere entiteiten tot vreemde middeleeuws aandoende visioenen (à al Dante) aan toe. Ook Van Lommel gaat hier (heel) kort op in, zowel in zijn boek als in het interview met Andries Knevel in Het Elfde Uur. Jammer genoeg wilde hij er niet veel over kwijt, omdat het teveel buiten de scope van zijn centrale vraagstelling zou liggen.

Kortom, genoeg vragen blijven er over én we zijn gewaarschuwd…, wie in de pluriforme wereld van de bijna-doodervaringen stapt, met name door op internet te gaan zoeken (hetgeen ‘helaas’ niet valt aan te raden), moet goed weten waar hij aan begint.

Mijn eerste kennismaking met dit onderwerp kwam door het lezen van What Really Happens When We Die?, een hoofdstuk in het boek GOD WANTS YOU RICH and other enticing doctrines van Florence Bulle. Een bijzonder kritische en ‘behoedzame’ introductie op het onderwerp. In een volgende posting zal ik er een samenvatting van geven. Al was het alleen maar enigszins tegenwicht te bieden aan mijn eigen enthousiasme over BDE’s.

In de afgelopen jaren heb ik het nodige over BDE’s gelezen en er enkele Tv-documentaires (RTL4 en EO) over gezien. Een sceptisch en afwijzend artikel in het AMC-magazine van professor Dr. Dick Swaab, een atheïstische hersenspecialist, kan ik mij nog herinneren. Wat mij opvalt bij hem en andere wetenschappers, is dat ze het unieke van de ervaring als zodanig lijken te willen bagatelliseren. Ook de enorme en veelal blijvende impact die de ervaring op de persoon zelf heeft, is iets waar nauwelijks concreet op wordt ingegaan.

Een kort citaat, ergens van internet geplukt:

Hersenen en ‘uittreding’

Hoe ontwikkelen de hersenen van een mens zich, hoe ons gevoel man of vrouw te zijn? Prof. D.F. Swaab van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek geeft aan hoe verstoring van de normale hersenontwikkeling kan leiden tot schizofrenie en depressie. Hij geeft een neurobiologische verklaring voor bijna-doodervaringen als ‘uittreding’ en gaat in op de cognitieve aftakeling bij de ziekte van Alzheimer en onderzoek naar therapeutische strategieën om dit proces te stoppen.

Ik zie iemand die een BDE heeft gehad als een belangrijke ‘first hand witness’, die we heel serieus moeten nemen. Het zijn niet zomaar mensen met een interessant verhaal. Nee, meestal staat men na deze ervaring totaal anders in het leven: bewuster, holistische en minder materialistisch. Dergelijke veranderingen kun je niet simpelweg toeschrijven aan zuurstofgebrek van de hersenen of aan een medische aandoening. De ervaring als zodanig is ook heel intensief en zoveel scherper dan een droom. En dit geldt ook voor ‘uittredingen’. Bekend zijn de wonderbaarlijke getuigenissen van mensen die operaties ondergingen. Zij zagen zichzelf ‘onder het mes’ liggen en konden nadien zelfs beschrijven wat er gebeurd was en wat artsen met elkaar tijdens de operatie hadden besproken.

Zuurstofgebrek zou ertoe kunnen leiden dat het brein plaatselijk overactief wordt doordat de prikkeloverdracht tussen de hersencellen onvoldoende wordt geremd. Wanneer zo’n ruisachtige storing in de visuele hersenschors optreedt, zal men in het centrum van het gezichtsveld een helder licht zien, omdat de meeste cellen met dit gebied corresponderen. Het licht wordt geleidelijk groter naarmate de hoeveelheid storing toeneemt en schept de illusie dat men de uitgang van een tunnel nadert. Omdat het licht niet eerst wordt opgevangen door de ogen, maar de schors dus rechtstreeks gestimuleerd wordt, is het licht buitengewoon helder zonder dat het pijn doet aan de ogen.

De neurobiologische verklaring die professor Swaab geeft, zal ik vast niet helemaal begrepen hebben, maar toen ik recentelijk zijn artikel in het AMC-Magazine las, was ik bepaald niet overtuigd. Al was het alleen maar omdat er geen vergelijkbare situatie is waaronder iemand een dergelijke intensieve lichtervaring heeft. Drugs- of medicijngebruik en/of hersenbeschadigingen leiden namelijk niet tot vergelijkbare ervaringen. Zijn verklaring lijkt veeleer speculatief- dan aantoonbaar vastgesteld. Overigens kunnen geestverruimende middelen je wel allerlei bewustzijnservaringen geven, die je als het ware in een andere dimensie brengen, maar dat zijn niet per se overlijdenservaringen. In het laatste hoofdstuk van zijn boek Death of a Guru, gaat ervaringsdeskundige en ex-Hindoe Rabi Maharaj uitgebreid op dit onderwerp in.

Ook in christelijke kring is er inmiddels een groeiende belangstelling voor het verschijnsel van de BDE. Onlangs (2009) verscheen de Nederlandse vertaling van het boek (1998) van Michael Sabon: In het licht van de dood. Subtitel: Het indrukwekkende relaas over bijna-doodervaringen (Uitgeverij Barnabas Heerenveen). De auteur “maakt onderzoeksresultaten toegankelijk voor een breed publiek en beschrijft diverse case-studies uit eigen praktijk.” Michael Sabon is cardioloog en al meer dan twintig jaar een autoriteit op het gebied van bijna-dood ervaringen.

In het Nederlands Dagblad schreef Ds. Tim Vreugdenhil (Amstelveen) onlangs een interessant artikel. U kunt het binnenkort lezen op http://www.apologia.nl/ (red. PM: heb de link niet meer kunnen plaatsen). Hieronder volsta ik met een reactie op het artikel; een ingezonden brief uit de krant (ND) van 5 mei 2009.

Bijna dood

Het artikel van Tim Vreugdenhil in de krant van 10 april nodigt uit tot dieper nadenken over de betekenis van een bijna-doodervaring. Het merendeel van deze ervaringen is hemels, slechts weinigen hebben een ervaring van de hel, dat wil zeggen de godverlatenheid, al zullen vele van deze negatieve ervaringen wel uit het geheugen worden verdrongen. De meesten hebben lichtervaringen. Nu zegt dat niet veel; satan kan zich voordoen als een engel van licht.

Sommigen met een christelijke opvoeding roepen naar Jezus en er verschijnt een licht in de tunnel. Immers Gods woord zegt: een ieder die de naam des Heeren aanroept, zal behouden worden. Behalve licht ervaren de meeste mensen een allesomvattende liefde. Dat kan alleen maar het licht Gods bewerken, want satan gaat tegen zijn natuur in als hij liefde zou uitstralen. Maar zijn deze mensen ook behouden? Uit hun later leven blijkt wel dat ze veranderd zijn, namelijk minder egoïstisch en ook betonen ze meer liefde tot de naaste. Jezus zegt zelf dat velen (bij het gericht over de volken) verbaasd zullen zijn als ze horen dat ze Hem hebben gediend. Ze zullen roepen: Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien? Het antwoord luidt: Ik verzeker jullie, alles wat jullie gedaan hebben voor een van onaanzienlijkste van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan. Jullie nemen deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is.

T.R. Tjerkstra, Amsterdam

Aan de hand van de reactie van Tjerkstra zijn ongetwijfeld een aantal vraagstellingen te formuleren voor verdere studie. In mijn volgende posting zal ik daar graag op ingaan.

Binnen de reguliere theologie komt mondjesmaat meer belangstelling voor het fenomeen BDE. Het volgende citaat uit het boek Reiken naar God wil ik de lezer niet onthouden. Kort gezegd gaat dit boek over de aard van onze kennis over God. Een belangwekkend onderwerp, belicht door C. Sanders, emeritus hoogleraar psychologie en wijsbegeerte aan de VU te Amsterdam. Op pag. 122 staat een voetnoot (nr. 41), als toelichting op de hoofdtekst: “Kortom die mens ziet van verre de werkelijkheid van opstanding en eeuwig leven.” (pag. 109), met een verkennende visie op bijna-doodervaringen.

(noot 41) “Paulus verhaalt met ontzag van een mens in Christus die opgetrokken geweest is in het paradijs en daar woorden gehoord heeft ‘die geen mens kan of mag uitspeken’ (2 (Kor. 12:14). Het is verleidelijk en wellicht veel te speculatief een verband te vermoeden met ‘bijna-doodervaringen’ van sommige mensen die op de grens van dood en leven hebben verkeerd. Zij waren op dat moment reeds onthecht aan dit leven, zodat alle ik-zucht verdwenen was en zij bevrijd waren van zichzelf. Wat deze mensen ervoeren maakte een zeer diepe indruk op hen, een indruk die het verdere van hun leven vaak ingrijpend veranderde. Het zijn ten diepste niet te beschrijven ervaringen die voorkomen bij jong en oud en bij mensen uit heel verschillende milieus en culturen. Wat er over meegedeeld wordt, wettigt de conclusie dat die ervaringen een bepaalde gelijkenis vertonen. Ook zijn ze duidelijk te onderscheiden van dromen en hallucinaties, onder meer door de grote helderheid en bewustheid ervan, een sterke realiteits- en evidentiebeleving en een blijvende, gedetailleerde herinnering eraan. Gezien het karakter van deze ervaringen kan voorzichtig de vraag gesteld worden of hier geen sprake is van een voorbeeld van schouwen zoals in de tekst bedoeld. De bijna-doodervaringen roepen veel vragen op die niet slechts theologisch van aard zijn, maar ook natuurwetenschappelijk serieus genomen worden, gezien de onderzoekspublicatie in het gezaghebbende medische tijdschrift The Lancet, 358 (2001).”

Uit: Reiken naar God – auteur: Dr. C. Sanders – Uitgave KOK, 2004.

Hopelijk voelen lezers van dit blog zich geïnspireerd om hun visie of mogelijk zelfs de eigen bijna-doodervaring met mij te willen delen. Ik nodig je daartoe van harte uit.

Ik heb geprobeerd het onderwerp enigszins neutraal te bespreken. Mocht ik in de (nabije) toekomst zelf eventueel een BDE meemaken, dan kunt u van mij wellicht het nodige vuurwerk verwachten. 🙂

Over de ‘Health & Wealth’ gospel

Recentelijk kwam ik een aantal goeie sites tegen die uitleg geven over- en waarschuwen tegen de zogenoemde ‘Word of Faith Movement’, in Nederland beter bekend als het ‘Health and Wealth’ evangelie. Als ik daar in mijn kerkelijke omgeving iets over zeg, dan zijn de reacties nogal eens onverwacht fel. De meeste christenen hebben niet zo’n helder beeld hoe de wereld van de ‘ultra-faith movement’ (term van mij) in elkaar zit en eerlijk gezegd weet ik er ook niet het meeste van. Offshoots daarvan en meest bekend in Nederland zijn Beth Moore en Joyce Meyer. Henk van Blijderveen schreef een pittig stukje tekst over deze laatstgenoemde dame, waarvoor dank en waardering mijnerzijds. Beide dames zijn razend populair bij vrouwengroepen. Daarnaast hebben we ook nog wat ik hier wil noemen de ‘ultra-grace movement’. Een soort van mannelijke variant misschien?! In Nederland zijn de meest bekende voorbeelden daarvan wellicht Andrew Wommack en Joseph Prince, die laatste is net als Joyce Meyer veelvuldig te zien op een commerciële tv-zender (RTL). De eerst genoemde twee (B.M. en A.W.) op tal van ‘teaching video’s’ en op de christelijke tv-zender Family7. Die zogenoemde genadeleer beweging, hoe divers ook, komt naar mijn indruk voort, of is een soort van reactie op, een scala aan Word of Faith achtige groepen en bedieningen. Een reactie in de zin van de genade eerst ontvangen en daarna pas uitstappen in geloof, zoals bidden voor genezing, proclamaties e.d.

Dit gezegd hebbende kunnen we ons afvragen of al die bewegingen meer schade brengen dan goed doen. Dat zal moeilijk te meten zijn. Feit is wel dat daar terecht veel over geschreven wordt, vooral in relatie tot het bidden voor zieken. Probleem daarbij is dat de zieke die na gebed ziek blijft, met nieuwe vragen achterblijft. Wat we ons in ieder geval moeten afvragen is of deze en dergelijke bedieningen de facto verdraaiingen van het bijbels evangelie zijn. Anders gezegd, gaat het hier om echte dwaalleraars of gewoon om evangeliepredikers met hier en daar een theologisch vlekje? Ik denk dat die vraag eveneens moeilijk te beantwoorden is. Op internet komen we nogal eens fikse veroordelingen tegen. Zo vinden we op de site van Rejoice Now stevige kritiek op de leringen van Andrew Wommack, o.a. over de rol van de mens in het ‘ontstaan’ van Satan. Nu kan ik daar hier niet inhoudelijk op ingaan, maar toen ik destijds als cursist op de Charis Bijbelschool de video van Andrew Wommack zelf over dit onderwerp te zien kreeg (zo gingen de lessen), vond ik het op zich een hele interessante studie. Ik realiseerde me heus wel dat ik waarschijnlijk met de boeken van Bram van de Beek e.e.a. zou moeten verifiëren, maar vervelend vond ik zijn verhaal beslist niet. In vergelijking zouden we bijvoorbeeld de kritieken eens moeten lezen op het boekje van Bert van Veluw De Satan een noodzakelijk kwaad. Wordt deze PKN predikant ook als dwaalleraar betiteld, omdat hij een dubieus boekje over satan schreef? Ik denk het niet. Meten wij niet vaak met twee maten? Ik wil maar zeggen, een bijbelleraar is al gauw een dwaalleraar, terwijl een nette dominee hooguit een kritische recensie krijgt, maar verder oké bevonden wordt.

Will the Real Gospel Please Stand Up? In dit artikel wordt o.a. Joël Osteen geciteerd. Die had ik nog niet genoemd. Auteur Bill Muehlenberg is hier uitermate kritisch, maar tevens redelijk mild over de persoon Joël Osteen. Deze ziet zichzelf niet zozeer als bijbeluitlegger, maar meer als een soort van motivational coach. Wellicht kunnen we iemand als Joyce Meyer hier ook onder scharen. Het zijn mensen die psychologische principes onderwijzen om jezelf aan te pakken en jezelf een mentale oppepper te geven. Op zichzelf niet verkeerd zullen we maar zeggen. Echter, dit soort onderwijs evangelieverkondiging noemen is natuurlijk uitermate twijfelachtig. Wat mij intrigeert bij Joyce Meyer is dat ik bespeur dat er een vorm van afhankelijkheid bij de luisteraars ontstaat, die niet meer normaal is. Dagelijks kijken mensen naar haar en beluisteren haar boodschappen. Hetzelfde gebeurt met de tv-programma’s van Andrew Wommack. “Je moet het vaak horen…” (om het te kunnen pakken), was een veel gehoorde uitspraak op de bijbelschool. En als je de specifieke geest-ziel-en-lichaam leer van Wommack niet omhelsde, dan hoorde je er niet bij. Je had volgelingen en toehoorders. Ging je overstag op het gebied van zijn specifieke geest-ziel-en-lichaam leer, dan hoorde je er helemaal bij. De acceptatie van die lering had iets weg van een initiatie. Onze geest identiek aan de geest van Christus? Atoom voor atoom? Je moet wel over een rijke fantasie beschikken om dat met droge ogen te kunnen zeggen. Voor Wommack was zijn ‘ontdekking’ op dit vlak totaal levensveranderend.

De lezer zal het mij niet kwalijk nemen, hoop ik, dat ik Beth Moore en Joseph Prince hier verder niet bespreek. De laatste heeft ingang gevonden bij Jong & Vrij in Nederland en ik ken hem alleen van een paar televisieprogramma’s. Van Beth Moore hebben wij thuis een mooi dik boek, in het Nederlands vertaald. Ja, ja…, van de lokale vrouwengroep. Tot mijn vreugde wordt J.I.P. Packer erin geciteerd. Ik ken mevrouw Moore eigenlijk alleen van een paar video’s en begrijp dat ze aansprekend is. Beide sprekers (B.M. en J.P.) vallen onder de noemer Health & Wealth of Prosperity Gospel en de laatste dus vooral bekend als belangrijke exponent van de hyper grace movement. Op internet zijn veel kritische beschouwingen over hun ‘teachings’ te vinden. Hierboven dus twee Nederlandstalige. Vandaag ben ik in een milde stemming (het is midzomer en super warm) en laat ik e.e.a. voor wat het is. Neemt niet weg dat ik het voornemen heb hier nog eens op terug te komen.

Mijn eerste verkenning op Spoorzaken over dit onderwerp komt hiermee tot een einde. Ik zal mij nu niet willen vertillen aan een nog erger fenomeen als Bill Johnson. Diens boeken kun je vertaald in het Nederlands bij Stichting Opwekking krijgen. Onvoorstelbaar. Ik weet niet waar ik moet beginnen om dat te bespreken. En wat moeten we denken van iemand als Rodney Howard-Browne? Hij was ooit een hoofdspreker in Amsterdam op EuroSpirit. Tot mijn verrassing staat voor november 2016 o.a. spreker Jaap Kooij op het programma. Die heeft mij in Schagen ooit de handen opgelegd; alweer 38 jaar geleden. U ziet het, alles loopt nu door elkaar… Tijd om te stoppen. Ik heb overigens niets tegen handen opleggen. Ben er ook niet slechter van geworden. Anderzijds lijd ik toch wel degelijk aan iets van de charismatische verwarring.

 

Het moet er weer eens van komen…

Momenteel lees ik het boekje The Prodigal Evangelical van Gerard Kelly. It makes an interesting read indeed. Kelly legt de lezer uit: Why, despite everything, I still belong to the tribe. Op mijn blog wil ik er graag reclame voor maken. Via Google vind je makkelijk allerlei informatie over dit boekje. Gerard Kelly was een aantal jaar voorganger (senior pastor) in Crossroads International Church te Amstelveen. Ik ken de goede man dus persoonlijk. Nou ja, meest van zijn preken en ik heb natuurlijk wel eens een babbeltje met hem gemaakt. Kelly is een theologisch artiest. Een kunstzinnig theoloog zeg maar.

And what about my own wrting stuff on Spoorzoeken? Er is genoeg waarover ik zou willen schrijven. Maar de vraag dringt zich regelmatig aan mij op: wat voegt het toe aan de zee van informatie die er al is? Natuurlijk is het schrijven ‘an sich’ een leuke ervaring. Het ordenen van je eigen ideeën en e.e.a. zo zien te presenteren dat het voor de lezer nog een beetje aantrekkelijk is ook. Ik mis het schrijven en doe mezelf daarmee te kort, denk ik zomaar. Tijd voor onderzoek is er weinig en oppervlakkige verhaaltjes wil ik vermijden.

Naast ‘heel veel’ mooie dingen in kerk en gemeente en de enorme inzet van prachtige mensen die ‘heel veel’ waardering verdienen is er helaas ook veel pseudo religie in de christelijke wereld. Nou ja, aan de rand van de christelijke wereld dan. Het is voor mij een grote verleiding om me daarin te willen verdiepen, dwalingen zo mogelijk bloot te leggen en vrijzinnige trends te bespreken, of misschien zelfs te bestrijden. Die neiging is, ook al geeft dat een wat vermoeid gevoel, de makkelijke weg van de geestelijke luiheid. Het zou namelijk veel nuttiger zijn om met mijn schrijven deuren te openen naar een authentiek christelijke denkwereld. Maar ja, soms moet je eerst onkruid wieden om tot je doel te komen. Schoffelen op een akker met (pot)rozen in aanplant. Ik heb het jaren geleden mogen doen en wel in de brandende zon. En toen ging er per ongeluk wel eens een plantje naar de filistijnen. Wieden en planten, het ligt dichter bij elkaar dan je zou denken. Dus als ik weer ga schrijven en ik wied te veel, trek me aan de mouw en moedig me aan te planten. En als ik plant, herinner mij eraan dat het de mooist denkbare (pot)rozen moeten zijn die er verschijnen, anders kan ik het beter nalaten. Er is al zoveel pseudo religie en reli-pulp in deze wereld. Blog Spoorzoeken wil juist een behulpzame wegwijzer zijn op het christelijk social media domein.

Hoe doe je dat, wegwijzer zijn? Ach, het klinkt niet alleen pretentieus, dat is het natuurlijk ook. Laat ik een paar recente voorbeelden noemen. En sta mij toe te verwijzen naar wat anderen schrijven. Wim de Bruin schreef een mooie afscheidsbijdrage op blog Staat Geschreven. Hij verwijst naar oude bronnen van de christelijke traditie, maar de personen die hij noemt, zijn tegelijkertijd opmerkelijk. Zo noemt hij onder andere de missionair theoloog Thomas Halik. Uit de bespreking van Tjerk de Reus over zijn eerste in het Nederlands vertaalde boek Geduld met God, maak ik op dat deze katholieke Halik en de evangelische Kelly zomaar (geloofs)vrienden zouden kunnen zijn. In de EO-gids Visie van afgelopen week kwam ik deze Halik toevallig ook tegen. Zo’n ontdekking vind ik leuk.

“Bloggen moet een hobby zijn, geen werk. Want er is geen geld mee te verdienen, behalve als je eindeloos berichtjes van anderen copy-paste, en irrelevante berichtjes schrijft over dominees met een uitgesproken mening die een beroep krijgen.” Aldus Wim de Bruin.

Wat De Bruin schrijft in wat ik zojuist zijn afscheidsbijdrage noemde, is echt de moeite waard. Vandaag ontkom ik derhalve niet aan ‘copy-pasting’. Tenslotte ben ik niet meer dan een hobbyist in bloggerland. Maar ik wil wel opmerken dat geloofsafval of anders gezegd liberalisering in theologische zin van social media deelnemers mij interesseert.

“Jaap en Erik zijn inmiddels postevangelisch, zoals veel anderen. Voor zover ik kan waarnemen worden de meeste postevangelischen van – in mijn ogen – zeer orthodox in korte tijd zeer vrijzinnig. Dat vind ik echt heel jammer. Maar het heeft wel te maken met de structuur van het evangelicalisme. Een absoluut gezag van de Bijbel op alle terreinen in combinatie met een sterk geloof in persoonlijke leiding tot in allerlei details door God vormen de kern van de evangelische spiritualiteit. Waar die twee dingen (terecht) beginnen af te brokkelen blijft er in de praktijk niets anders over dan een wat luie vrijzinnigheid en agnosticisme.” Aldus Wim de Bruin.

Dominee De Bruin vliegt met bovenstaande wat mij betreft toch stevig uit de bocht. Ook ik maak mij zorgen over vrijzinnigheid en de oorzaken daarvan, maar waarom ligt dat aan een absoluut gezag van de Bijbel en aan Gods veronderstelde persoonlijke leiding? Oké, teleurstellingen en persoonlijk falen, het kwaad van anderen en aanverwante zaken, kunnen het geloof doen wankelen, maar waarom meteen weer een stekelige por richting de evangelischen? Ik wil aan deze discussie een m.i. belangrijk element toevoegen. Ik schreef er al iets over in mijn reactie op een andere afscheidsbijdrage; van Paul Abspoel.

“Ik ben geboeid door het fenomeen geloofsafhakers, ook al heb ik er zelf niet veel mee. De publieke ruimte suggereert maximale openheid, transparantie en tolerantie, maar dwingt haar deelnemers aan het debat sluipenderwijs tot conformeren aan de opinie van de massa. Het leidt gaandeweg tot verlies van de eigen identiteit en dit proces leidt niet zelden tot een stroom van denken waar de argeloze gelovige in verzuipt. Waarom? Je moet je als gelovig mens steeds maar weer verantwoorden en dat maakt een mens murw en kwetsbaar. Vandaar Paulus’ oproep “schaam je het evangelie niet” Het is niet altijd makkelijk om te (blijven) geloven. Het verval begint met je reputatie. Velen doen daarom liever water bij de wijn. We willen immers gerespecteerd worden door vriend en vijand? Althans, als je het mij vraagt. Maar ach, niemand vraagt mij iets.” Aldus Paul Miller.

Wat Wim de Bruin hier verder doet, namelijk een korte karakterisering geven van het evangelicalisme, is momenteel weer helemaal in en wel in verband met de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Een schrijver die ik heel erg waardeer, namelijk Roger E. Olson, schreef in de afgelopen maanden een aantal interessante blogs over misvattingen van de Amerikaanse media over wat evangelisch christendom tegenwoordig is. Ik volsta te verwijzen naar zijn recente blogpost: So What, Then, Is “American Evangelicalism?” Een andere interessante tekst die ik onlangs tegenkwam is van David F. Watson, namelijk: Trump, Evangelicals, and the Road Ahead. Watson noemt (de) vier belangrijkste kenmerken van het evangelicalisme. Ik geef enkele citaten, want dat is wel zo makkelijk.

According to the National Association of Evangelicals, there are four primary characteristics of evangelicalism:

  • Conversionism: the belief that lives need to be transformed through a “born-again” experience and a life long process of following Jesus.

  • Activism: the expression and demonstration of the gospel in missionary and social reform efforts

  • Biblicism: a high regard for and obedience to the Bible as the ultimate authority

  • Crucicentrism: a stress on the sacrifice of Jesus Christ on the cross as making possible the redemption of humanity

Het is belangrijk ons af te vragen wat het evangelie nu werkelijk inhoudt en wat ons als christen definieert. Over dat laatste schreef Roger E. Olson toevallig vandaag een interessant blogje: Am I an “Authentic Christian?” (I Doubt It) De lezer zal denk ik herkennen waarom Olson zijn schrijfsels als evangelisch Arminiaans typeert (zie ook het onderschrift bij de titel van zijn blog). Het eerste, namelijk de belangrijke vraag wat het evangelie eigenlijk is, brengt ons terug bij Gerard Kelly. Op pagina 26 van zijn boekje bespreekt hij het evangelie als het verhaal waar hij naar op zoek is. Een verhaal (or adventure) dat al te vaak ontdaan is van haar “epic majesty and jewelled beauty.” Kelly wants ‘to resist the bleaching’, because he stil believes in the colours it has robbed us of.
.
Dit laatste brengt me terug bij het planten en het wieden. Een belangrijk stuk dynamiek in het Nieuwe Testament zit hem in het bevlogen bestrijden van allerlei dwaalleringen. De nieuwtestamentische brieven zijn mede zo spannend en confronterend, omdat er van meet af aan allerlei verdraaiingen van het evangelie in de jonge kerk waren geslopen. Het is dus een legitieme zaak om die strijd voort te zetten. Anderzijds moeten we zoals Kelly het aangeeft, de schoonheid van het evangelie als een waarde op zich zien: als het verhaal van vergeving dat ons leven raakt en verandert. Niet alleen vergeving ontvangen, maar zeker ook vergeving schenken. Het evangelie is het goede nieuws. Kelly werkt dit verder uit rond de vier begrippen beautiful, broken, forgiven and invited. het is hem toevertrouwd.
“Biblical, theological, culturally perceptive, and above all disarmingly honest. A must read for anyone wondering if ‘evangelical’ is a word worth saving!” – Anna Norman-Walker
Met deze back cover promotietekst (1 van de 17 persoonlijke teksten) ben ik gekomen aan het einde van mijn relaas. En nu het boekje nog helemaal uitlezen en jullie snel kopen hè?!