Intermezzo: wat zoemt er door het ND?

In mijn vorige blogpost stipte ik een aantal ontwikkelingen aan, uitgelicht in de media (met name het ND), waar ik iets langer bij stil wil staan. Voordat ik daarmee verder ga, moet ik meteen al pas op de plaats maken met een disclaimer. Ik sprak over jongeren in algemene zin. Noem ik te gemakkelijk verschillende groepen in de samenleving ‘jongere’, al dan niet omdat ik zelf de midden vijftig bijna gepasseerd ben? Ik vind sociologische indelingen van onze Nederlandse samenleving bijzonder nuttig, maar dat is natuurlijk een vak apart. Ik ontkom daarom niet aan generaliseringen. Het zijn vooral de dertigers en veertigers, denk ik, bij wie de behoefte bestaat om op een meer experimentele wijze met geloofszaken aan de slag te gaan en/of om vertrouwde geloofsuitspraken ter discussie te stellen. Op Facebook zien we fotootjes van de reageerders. In die leeftijdscategorieën vermoed ik de sympathisanten van wat in Amerika bekend staat als ‘progressive christianity’. In Nederland komt deze stroming terug, na de diverse gestrande ‘emerging church’ experimenten, in de vorm van de website Lazarus. De echte ‘jonge jongeren’, waar ik ook over schreef, bevinden zich meer in een bekerings- en/of ontdekkingsfase, zijn meestal wat radicaler en als ze afhaken van het geloof, dan boeit het ze allemaal te weinig om zich er blijvend mee bezig te houden. Hoe dan ook, ik kan deze categoriseringen niet bewijzen en voor de grote lijn van mijn betoog is het verder van ondergeschikt belang. Mijn dochters, beiden ‘twenners’, houden mij wel scherp.

Een tweede disclaimer is op z’n plaats. Ik schreef dat als we ‘het grote verhaal’ vertellen, er weer andere obstakels ontstaan. Waar doelde ik op? Opnieuw komt het ND met een nuttige uitleg. In een heldere boekbespreking van een nieuw boek van Brian McLaren door Marc Janssens afgelopen vrijdag (Gulliver / geloof – 2 juni 2017) kwam ik precies dat voorbeeld tegen wat ik in gedachten had, namelijk het geweld in het oude testament. Volgens McLaren moeten we de Bijbel lezen als een ‘geïnspireerde bibliotheek’ met verhalen… “De lastige vragen over het geweld in het Oude Testament vallen op hun plek als we beseffen dat er progressie in het godsbeeld bestaat.” Tja, wat worstelen wij tegenwoordig toch met dat oudtestamentische geweld in de bijbel. Geeft McLaren ons een oplossing waar we mee uit de voeten kunnen? In de tijd rond de eerste Golfoorlog verschenen er meerdere artikelen op internet van theologen over de oorlogen in het Oude Testament. En wat moeten ‘wij’ denken van die christelijke president die op de dag waarop hij het bevel gaf voor een verwoestend ‘Shock and Awe’ bombardement zeer waarschijnlijk -en devoot- uit zijn My Utmost for His Highest las en daarin mogelijk letterlijk gewaarschuwd werd dat ”…one of the biggest snares is the idea that God is sure to lead us to succes.” Hoe gaan die twee (denk)werelden eigenlijk samen? De voor christenen ongemakkelijke bewustwording van oudtestamentisch geweld werd eerder al van extra brandstof voorzien door de aanslagen van 9/11 in 2001. Seculiere denkers gingen steeds openlijker de vraag stellen of het zogenaamd brave Christendom feitelijk ook niets anders is dan een potentiële agressor? De islam zo bestempelen zou (te) kwetsend zijn. In plaats daarvan werden Christenen publiekelijk ter verantwoording geroepen over religieus geïnspireerd geweld. En dat is sindsdien helaas de gewoonste zaak van de wereld geworden.

Er valt nog veel meer te zeggen over ‘de verhalen’ in de Bijbel als theologie. In zijn boek A New Kind of Christianity besteedt Brian McLaren 34 pagina’s aan het thema The Narrative Question’. Nico ter linden zei het al: Het verhaal gaat. Nu is er natuurlijk helemaal niets mis met het idee van het Bijbelse verhaal. In mijn kerk, Crossroads International Church, is dit een regelmatig terugkerend thema. Onder leiding van Brian Newman (medeauteur van speaking peace together) volgde ik in cursusverband lessen naar aanleiding van het bekende boek How to read the Bible for all its Worth. Ter sprake kwam hoe Brian tijdens zijn theologiestudie met gezonde tegenzin tentamen deed over een boek dat alle ‘vermeende’ tegenstellingen in de Bijbel gladstreek. Zo las hij de bijbel niet. Onwillekeurig moest ik denken aan mijn jeugdige ervaring met het boek van Harry Kuitert Verstaat gij wat gij leest? Over de uitleg van de bijbel – Kampen 1968. Kuitert bespreekt daarin allerlei oudtestamentische verhalen en ‘bewezen’ tegenstrijdigheden uit de bijbel en laat ons weten dat we het allemaal niet te letterlijk moeten nemen wat daar staat. Nu ben ik een voorstander van apologetiek, desnoods op detailniveau, maar het ‘overkoepelende’ verhaal mag zeker geen tweederangs plaats toebedeeld krijgen.

Dit gezegd hebbende, wat is dan het probleem? We gaan daarvoor opnieuw naar het ND. In de krant van 6 juni een verslag van dominee Rolinka Klein Kranenburg over het thema ‘De Bijbel is geen handboek, maar wat dan wel?’ Het gaat over de verhalen in de Bijbel die ons steeds weer boeien. Ze gaan ten diepste over onze zoektocht naar God. We zien onszelf erin terug en worden zo verbonden met onze oorsprong, aldus Rolinka.

“Elke keer word ik verleid om door middel van zo’n verhaal uit te leggen waarom de Bijbel zo actueel is, zo dynamisch en zo waar. Niet waar gebeurd, geen feitelijke geschiedenis, maar waar. In al die verhalen ligt namelijk een diepe waarheid verscholen. Een waarheid over de mens en over God die veel groter is dan wij aankunnen. Daarom zijn we er nog steeds zo door gefascineerd, denk ik.”

De Bijbelse verhalen kennen we allemaal, al dan niet vanaf onze prille jeugd van de zondagsschool. In mijn studietijd jaren kwam ik enkele jaren in een kerk waar menig spreker op levendige wijze de oudtestamentische verhalen tot leven wist te brengen en daaruit tal van levenslessen opdiepte. Een heuse preektraditie. We kunnen van alles uit die verhalen halen en deze op onszelf betrekken of er bespiegelingen aan ontlenen over de toekomst van de wereld. Zo legt Brian Newman uit aan de hand van het verhaal over Isaäc en Ismaël, te vinden in eerder genoemd boekje, dat er niet altijd vijandschap zal bestaan tussen Joden en Arabieren. “The narrative of Isaac and Ismael is a promise of God’s plan to redeem and restore that relationship when shalom comes.” Het gaat hier zelfs over een profetische waarheid, gebaseerd op een levensecht en waargebeurd verhaal. De Bijbel is beslist geen fictie en zeker niet bedoeld als een ‘literaire bibliotheek’, daarvoor is de Bijbel te echt en ook te divers in genres. De Bijbeltekst suggereert ook nergens dat het om alleen maar educatieve verhalen en/of levenslessen gaat. Het gaat in het oude testament in ieder geval om de geschiedenis van het Joodse volk en om de zelfopenbaring- en zelfs profetische beloften van de God van het volk Israël.

Een laatste vraag. Wat wil de beweging rond de Lazarus avonden nu bereiken? [Tot 12 juni trekken de initiatiefnemers van online platform Lazarus​.nl ​door Nederland. Op zeven maandagavonden vertellen steeds weer zeven nieuwe sprekers in zeven minuten wat het kan betekenen om progressief christen te zijn.] Eerlijk gezegd is mij dat tot nu toe niet echt duidelijk. Rob Bell, Brian D. McLaren en Peter Enns zijn vooralsnog de Amerikaanse ‘progressive theologians’ die opgenomen zijn in de Nederlandstalige Lazarus-bieb. Peter Enns lijkt mij van deze drie nog het dichtst bij de evangelische traditie te staan. Zijn boek Omdat de Bijbel het zegt (uitgeverij Plateau, Barneveld 2017) is vlot -en met een flinke dosis humor- geschreven. Ook hij gaat in op het thema van de uitroeiing van de Kanaänieten in het oude testament en op het belang van de Bijbelse verhalen. Vrienden van de auteur die kladversies van het boek lazen, zouden nu in het evangelisch getuigenbeschermingsprogramma zitten. Het boek leest prettig en de schrijver is openhartig. Ik ben benieuwd wat Peter Enns ons allemaal te vertellen heeft.

Laat ik mijn INTERMEZZO besluiten met een ingezonden brief in het ND als reactie op de Lazarusavond van 5 juni jl. Het is een mooie, welhaast pastorale reactie van Wiendelt Steenbergen, christelijk-gereformeerd emeritus predikant, Zwolle (7 juni 2017).

Mooie dingen schrijft Rolinka Klein Kranendonk over wat de Bijbelse verhalen met je doen (ND 6 juni). Maar als zij de tegenstelling maakt ‘wel waar, maar geen feitelijke geschiedenis’, dan ontspoort háár verhaal. Want de Bijbel wil ons wel degelijk vertellen hoe God heeft ingegrepen in onze geschiedenis. Eerst in Israël en uiteindelijk in Jezus Christus: zijn komst op aarde, zijn dood en opstanding. Over de manier waarop dat vorm heeft gekregen in de verhalen van de Bijbel, is het nodige te zeggen. Maar als je de feitelijkheid wegstreept, houd je geen grond onder de geloofsvoeten over. Om met dominee-dichter Geert Boogaard te spreken: Wanneer het niet waar is dat er iemand in de wereld is gekomen die de naam Immanuel draagt, kan niemand leven. Ik kan niet leven met schuld als er geen komst is. En niet met een lichaam dat vergaat, als ik in zijn handen geen sleutel weet die past op de deur van mijn graf. Of met de apostel Paulus: als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof nutteloos. <

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s