Over de opstanding van Jezus van Nazareth

I know the resurrection is a fact, and Watergate proved it to me. How? Because 12 men testified they had seen Jesus raised from the dead, then they proclaimed that truth for 40 years, never once denying it. Everyone was beaten, tortured, stoned and put in prison. They would not have endured that if it weren’t true. Watergate embroiled 12 of the most powerful men in the world-and they couldn’t keep a lie for three weeks. You’re telling me 12 apostles could keep a lie for 40 years? Absolutely impossible.

Chuck Colson on the Resurrection of Jesus

Op de middelbare school in klas 5 en 6 VWO had ik een geweldige leraar geschiedenis. Als gezin waren we net verhuisd van de Protestantse Bollenstreek naar het overwegend Katholieke Noord Holland. Ik meen mij te herinneren dat de echtgenote van mijn geschiedenisdocent net tot ouderling was benoemd in de Gereformeerde kerk van Hoorn. Die wetenschap moet mij de nodige durf hebben gegeven om in één van de eerste lessen geschiedenis meteen maar te laten zien dat ik van de geestgronden afkomstig was; ‘lekker direct je mening geven dus’. De leraar legde op zeker moment uit dat na de kruisiging van Jezus Christus de eerste christelijke gemeente snel groeide en door vervolgingen zich al spoedig verspreide over een groot gebied buiten het toenmalige Palestina. “Correctie meneer, dat was pas na de opstanding, want direct na de kruisiging voelden de discipelen en de andere volgelingen van Jezus zich juist verslagen.” Nou ja, dat laatste dacht ik er misschien bij, maar dat eerste schalde zeker luid en duidelijk door het klaslokaal. En mogelijk noemde ik zelfs nog even het Pinksterfeest. De toon was gezet. ‘Die nieuwe snoeshaan gelooft letterlijk wat er in de Bijbel staat. Gelooft hij werkelijk dat Jezus echt uit de dood opstond?’ De docent bevestigde enigszins geschrokken mijn onverwachte aanvulling, maar merkte wel iets op in de trant van dat het daar nu niet om ging. “Dat is wat in de Bijbel staat, maar niet in het lesboek dat we hier gebruiken.” Iets van die strekking was zijn ‘pastorale’ reactie.

Geloven wat er in de Bijbel staat en dan nog interesse in geschiedenis hebben ook? Het was één van de redenen dat ik op de lerarenopleiding het vak geschiedenis koos. Van mijn keuze heb ik verder nooit spijt gehad, maar veel wijzer werd ik er op de zogenaamd christelijke hogeschool niet van. Mijn beide docenten oudheid hadden een broertje dood aan het christelijk geloof. Ik herinner me er niet zo heel veel van, anders dan dat we een stencil kregen uitgereikt met de theologische visie van de vermaarde Nederlandse Gnostiekkenner Gilles Quispel. Gelukkig had ik In die tijd al het een en ander van christen historicus en apologeet Josh McDowell gelezen, waardoor ik mij ‘gewapend’ wist tegen de vele niet al te subtiele aanvallen op het Christelijk geloof, tijdens mijn studie. Ik was er stellig van overtuigd dat we het getuigenis van de apostelen en de Nieuwtestamentische Bijbelschrijvers over de opstanding van Jezus zondermeer konden vertrouwen. Ze hadden tenslotte allemaal ‘letterlijk ’ hun leven gegeven voor Jezus. En dan, wie wil er nou sterven voor een leugen? Of beter gezegd, wie wil er nou sterven voor iets waarvan je weet dat het een leugen is? Ze waren er tenslotte allemaal zelf bij geweest. Als die bange discipelen het lichaam van Christus gestolen hadden, hoe zouden ze zo’n geheim dan lang kunnen bewaren? En alsof de Romeinse overheersers zich zo makkelijk een loer lieten draaien. Nee, ook de Romeinse wachters riskeerden een zekere dood door het graf op die bewuste Paasochtend ‘zomaar’ te verlaten.

En weet u wat nu zo bijzonder is? Ik geloof het allemaal nog steeds. Voor mij is de lichamelijke opstanding van Jezus van Nazareth een historisch feit. En bedenk daarbij dat ik meen iets van ‘het vak’ geschiedenis begrepen te hebben. Tegelijkertijd realiseer ik me dat mijn rotsvaste overtuiging verweven is met een subjectief geloofselement. Ik kan dit alleen maar goed uitleggen met de hulp van een andere Nederlandse grootheid op theologisch gebied, namelijk Eginhard Meijering. Hij schreef ondermeer over de opstanding als een “werkelijk gebeuren” en wel in zijn mooie boekje Woorden en gedachten van vroege christenen. Wat nu volgt is een korte samenvatting uit dat boekje.

Bij de kruisdood voegt de christen aan de waarneming van een historisch feit het geloof in het bijzondere, verzoenende handelen van God toe. Bij de opstanding voegt hij aan het geloof in het heilshandelen van God het geloof toe dat het hier een historisch feit betreft, dat pas bij de opstanding ‘ten jongste dage’ als zodanig voor iedereen openbaar zal worden.

Meijering distantieert zich weliswaar van een fundamentalistische benadering van de evangelieverhalen over de opstanding van Jezus, maar niet van de lichamelijke opstandig als zodanig. Hij zoekt de nuance en beschrijft de verhalen als een reconstructie achteraf, en ‘kwalificeert’ ze daarom zelfs als legende. We moeten ons niet verliezen in details en/of de verschillen in de diverse vertellingen ontkennen, dan wel willen harmoniëren. Anderzijds neemt hij krachtig stelling vóór de opstanding als een historisch heilsfeit. “We kunnen historici het recht gunnen de opstandingsverhalen kritisch te lezen en hun tegelijk het recht ontzeggen zich als historici over de opstanding als een historisch gebeuren te uiten. Daarover kan alleen in geloof of afwijzing van geloof worden gesproken.” Het gaat hier om de waarneming. De kruisdood van Jezus kon iedereen waarnemen. “Of daarin Gods verzoenende heilshandelen tot uitdrukking komt, is een zaak van geloof.” De opstanding daarentegen werd alleen door de volgelingen van Jezus waargenomen. We hebben er alleen ‘gestileerde’ verslagen van. “Of in die opstanding Gods heilshandelen tot uitdrukking komt, dat is weer een zaak van alleen geloof.” Meijering begint zijn hoofdstuk over de opstanding als ‘werkelijk gebeuren’ met een ‘voor moderne gelovigen’ grappig citaat van Athanasius van Alexandrië. Vervolgens schetst hij treffend het verschil tussen de visie van fundamentalisten over de opstanding als een onomstotelijk vaststaand feit in contrast met de mening van buitenkerkelijken, die de veronderstelde opstanding zien als een absurde ongerijmdheid. De ongelovige ziet niet dat er een wonderbaarlijk handelen van God buiten ons kenvermogen om gaat. De christelijke belijdenis dat God zich naar deze wereld ‘toewendt’ is evenzeer een wonderbaarlijk handelen dat niet in onze gangbare denkkaders past. Door de verschijning van Christus wordt een relatie tussen God en ons tot stand gebracht. Het geloof in de opstanding hoort daar bij, los van de details in de verslagen daarover. We accepteren dit in geloof.

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s