Over Jezus

Wie zegt Gij, dat ik ben?
Wie zegt Gij, dat ik ben?

In het boek Overstag van Tim Vreugdenhil, vinden we een serie pakkende bijbelstudies over het leven van de apostel Simon Petrus. “De weg van Petrus is een eerlijk verslag van een mens die met vallen en opstaan, leert hoe Jezus je helpt om het in allerlei aspecten van je leven over en andere boeg te gooien.”

In dit boek komt ook de indringende vraag van Jezus ter sprake: ‘Wie zegt gij, dat ik ben?’ Jezus is de Zoon van God, maar wat betekent dat voor ons eigen leven? De auteur weet op overtuigende wijze de bijbel in gesprek te brengen met onze tijd en cultuur. Zo wordt de lezer uitgedaagd om net als Petrus overstag te gaan.”

De vraag van Jezus is bepaald geen alledaagse vraag, maar voor gelovigen wel een zeer bekende. Jezus is op zeker moment in gesprek met zijn discipelen over de identiteit van de Zoon des mensen. Al snel gaat het erom, dat Jezus aan Zijn discipel Petrus bovenstaande vraag stelt. We vinden het gesprek o.a. in Mattheüs 16:13-20.

Deze belangrijke vraag wordt eigenlijk ook aan ons gesteld. Nee, niet dagelijks of zó direct als Jezus deed, maar wel regelmatig in prediking en -niet in het minst- in ons hart. De laatste keer dat ik een PKN-kerkdienst bezocht, stond deze vraag centraal in een mooie preek. Na een aansprekende introductie van de plaatselijke dominee, luidde zijn conclusie dat wij allemaal zonen Gods genoemd mogen worden. Wat mij betreft komt dat neer op een hele verkeerde exegese, maar het moet gezegd, de preek was boeiend en knap geconstrueerd. Op de vertrouwde klanken der kerkelijke traditie werden de aanwezigen ongemerkt op een postmodern theologisch zijspoor gerangeerd.

Het geloof in de goddelijke natuur van de mens Jezus Christus mag voor christenen als centraal belijdenis van hun geloofsleven niet ter discussie staan. Maar de postmoderne ondermijning van deze oeroude belijdenis lijkt in Nederland helaas aan kracht te winnen. Het essentiële aspect van het Zoonschap van Christus is voor niet-gelovigen een speerpunt van kritiek. Waarom? Misschien omdat het hier gaat om het toppunt van exclusiviteit, waarvan binnen geen enkele andere godsdienst of religie een parallel te vinden is. Daar gaat op zijn minst enige dreiging van uit.

Er blijft altijd de vraag, willen wij dit getuigenis aannemen, of leggen wij deze boodschap naast ons neer? Die keuze maken we allemaal, bewust of onbewust. Volgens de boodschap van de bijbel zal het een keuze blijken te zijn met eeuwigdurende gevolgen. Voor wie een keuze maakt voor Jezus en zo het geloof ontvangt, geldt dat het getuigenis dat de Schepper van hemel en aarde zich in de mens Jezus Christus heeft geopenbaard, ‘te gek’ voor woorden is.

Het moet gezegd, mijn blogs resulteren niet in zwaar theologische verhandelingen. Voor artikelen van academici moet u elders zijn. Ook heb ik niet de intentie ideeën te propageren die in strijd zouden zijn met het belijden van de historische kerk der eeuwen. Het gaat mij er hier om dat wij (opnieuw) de boodschap van de bijbel leren verstaan en gaan ontdekken dat die boodschap een levend onderdeel is van ons persoonlijk geloofsleven. Bewijzen dat Jezus de Zoon van God is, kan (alleen) in die zin, dat we in ieder geval kunnen aantonen dat dit is wat de Bijbel duidelijk leert.

We lezen Markus 8: 27-30

De grot op de foto hiernaast werd in de oudheid beschouwd als de geboorteplaats van de Griekse god Pan. Pan werd vaak met een fluit afgebeeld. In de Middeleeuwen stond hij model voor de duivel (Wikipedia). Om kort te gaan: “Pan was de god van de natuur, van de velden, de bossen, bergen, kudden en herders.”

In de Elisabethbode (6-2007) legt Ds. J. Tanghé een verband tussen de vraag van Jezus in het Marcus evangelie en deze prachtige locatie in het waterrijke gebied van Caesarea Filippi (bron van de Jordaan) in noordelijk Israël. Filippus, de zoon van Herodes de Grote, bouwde de stad Caesarea Filippi, waar tal van heidense godheden werden vereerd. De oorspronkelijke naam was Panias of Banias (de Arabische variant). Herodes had in de rotswand bij de grot van Pan al een grote tempel laten bouwen. En van oudsher tierde de Baäl godsdienst in de deze regio welig (Baäl Hermon in het O.T.). Het is dus heel goed mogelijk dat Jezus juist daarom in deze omgeving, vol van afgoderij en religieuze dwaling, die cruciale vraag over Zijn identiteit aan zijn discipelen stelde.

Ik kan me voorstellen dat de weergave van deze feiten in relatie tot de vraag uit Markus 8 enigszins verwarrend overkomt. Immers, de evangelietekst zelf biedt geen direct aanknopingspunten voor dit verband. We moeten er dan ook niet meer van maken dan mogelijk is. De heftige interacties die ontstaan tussen Jezus en zijn toehoorders bieden voldoende ruimte om de vraag van Jezus over zijn identiteit hoofdzakelijk te bestuderen in de context van Zijn openbaar optreden in relatie tot de godsdienstige overtuigingen van Zijn joodse toehoorders.

Waarom deze vragen?

Sceptici beweren dat Jezus er helemaal niet op uit was om zichzelf als Messias of als Zoon van God te presenteren. Kunnen wij in antwoord daarop niet eenvoudigweg een uitspraak van Jezus nemen en vervolgens concluderen dat Jezus wel degelijk verkondigde dat Hij de Zoon van God en dus de Messias was? Dat wil ik natuurlijk proberen, maar daar moeten we wel even op studeren. Om met Dr. J. Verkuyl te spreken; we hebben het dan over het indirecte en directe zelfgetuigenis van Jezus. In zijn boek Zijn alle godsdiensten gelijk?, bespreekt professor Verkuyl een aantal voorbeelden uit de evangeliën, waaruit blijkt dat Jezus zichzelf niet slechts als een profeet beschouwde of een ‘gewone’ joodse rabbi, maar zondermeer als de Messias die door God de Vader gezonden was en waarvan Mozes al getuigde.

Een scherpe afbakening

Om ons thema goed uit te leggen, geef ik twee citaten. Het eerste komt uit het boek van Dr. J. Verkuyl. Het tweede citaat is uit de Engelstalige editie van de studie van Jacob van Bruggen Het evangelie van Gods zoon: Persoon en leer van Jezus volgens de evangeliën. Het vereist nu eenmaal enige studie om het Nieuwe Testament zo te lezen, dat de oorspronkelijke betekenis en boodschap helder wordt. Dit is niet de plaats er diep op in te gaan hoe wij de bijbel moeten lezen, maar met onderstaande citaten hoop ik wel duidelijk te maken waar het mij primair om te doen is.

Verkuyl (hoofdstuk V): “Terecht is er op talloze manieren op gewezen, dat Jezus het diepste geheim van Zijn Persoon en werk gedurende Zijn aardse levensloop verhulde en in vele opzichten verborg, omdat de onthulling ervan tot vele misverstanden kon leiden. De messiaanse verwachtingen in Israël over de komst van een aardse Messias, van de ‘profeet van de eindtijd’ of van de ‘hemelse mens’ waren zo geladen en zo gevuld met totaal andere inhoud dan Jezus voor Zich zag, dat het gebruik van de namen en titels van deze verwachtingen slechts tot verschrikkelijke misverstanden kon leiden en voor hem zelfs tot duivelse verzoekingen konden worden om af te wijken van de weg, die Hij voor Zich zag.

Het diepe verhaal van de verzoekingen in de woestijn (Mattheüs 4:1-11) registreert die gevaren op onvergetelijke wijze.

Maar dat betekent niet, dat Jezus niet een unieke plaats innam tussen God en de mensen. En dat betekent ook niet, dat Jezus geen indirecte en ook later (vooral in het Johannes-Evangelie) directe aanwijzingen gaf omtrent de plaats en functie, die Hij in opdracht van de Vader moest en mocht vervullen onder ons.

Van Bruggen (§ 5.3.6 The Messiah Hides Nothing – page. 140): Under Wrede’s influence, twentieth-century Christology has often assumed a certain secrecy on Jesus’ part regarding his messiahship during his earthly stay. Wrede himself saw this climate of secrecy as a Markan attempt to cover up the fact that Jesus never regarded himself as “Messiah.” He believed that Jesus’ disciples began to worship him as such only later, in retrospect. Other scholars toned down this critical view of Mark by claiming that Jesus hid his messiahship, revealing it to all after Easter. This concealment of his majesty then was related to his humiliation. [note 57: H.N. Ridderbos, Zelfopenbaring en zelfverberging: Het historisch karakter van Jezus’ messiaanse zelfopenbaring volgens de synoptische evangeliën (Kampen: Kok, 1946).]

These theories do not fit the reality presented in the Gospels, however. Jesus did not entrust everyone with the proclamation of his title, but he never made any attempt to conceal the fact that he was the Messiah. [note 58: Compare P.H.R. van Houwelingen, “De strekking van het evangelie naar Marcus,” in Verkenningen in de evangeliën, Theologische Verkenningen, Serie Bijbel en Exegese 5, ed. G. van den brink et al. (Kampen: Kok Voorhoeve, 1990), 16-24.]

Hieronder laat ik een aantal bekende auteurs aan het woord, om enkele van de zelfgetuigenissen van Jezus uit de evangeliën onder de loep te nemen. Naast het boek van professor Verkuyl verwijs ik hier naar het essay van Riemer Roukema ‘Jezus als Heer in de evangeliën van Marcus en Johannes’, in de bundel Over God (uitgeverij Meinema, 2007). Er zijn natuurlijk onnoemlijk veel academici die over het onderwerp van de identiteit van Jezus geschreven hebben. Ik noem hier alleen nog de bekende christenhistoricus en apologeet Josh McDowell en de Nederlandse VU-theoloog Dr. A. van de Beek.

We beginnen echter met een ‘overdenking’ van J.C. Ryle, naar aanleiding van Markus 14:61-62.

Ryle: “Hoe duidelijk onze Heere beleed dat Hij de Messias was en in heerlijkheid zou terugkomen.

De bovenstaande woorden van onze Heere (zie Markus) moeten wij goed onthouden. De Joden konden na deze woorden niet zeggen dan hun niet duidelijk was verteld dat Jezus van Nazareth de Messias was. Voor hun hoge raad, die bestond uit overpriesters, oudsten en schriftgeleerden, verklaarde Hij ‘ik ben het’, in antwoord op de vraag of Hij de Christus was. De Joden konden hierna nooit meer zeggen, dat Hij van zo geringe afkomst en zo arm was, dat Hij het niet waard was geloofd te worden. Hij waarschuwde hen duidelijk dat pas wanneer Hij terugkwam, Zijn heerlijkheid en grootheid zichtbaar zou worden. Dan zouden zij Hem in koninklijke macht en majesteit zien zitten ‘ter rechterhand der kracht Gods’, komende met de wolken des hemels als Rechter, Overwinnaar en Koning. Als Israël ongelovig was, kwam dat niet doordat niet duidelijk was gemaakt wat ze moesten geloven.”  – Uit: Een jaar lezen in de evangeliën – Thematisch dagboek samengesteld uit het werk van J.C. Ryle, 2005 uitgeverij Groen.)

Jezus…, meer dan timmerman

In Marcus 1:8 zegt Johannes de Doper, dat Jezus zal dopen met de heilige Geest. Bij de oudtestamentische profeten Jesaja, Ezechiël en Joël is het de HEER (oorspronkelijk JHWH) die zijn geest zal geven (16). Dit betekent dat Jezus ertoe is bestemd, de rol van HEER op zich te nemen. Uit: Jezus als de HEER in de evangeliën van Marcus en Johannes, in: Over God (Meinema, 2007). Riemer Roukema

feitoffictieEen goede inleiding op mijn onderwerp is het boekje Jezus Feit of fictie?, van de bekende evangelist Josh McDowell. Op 16-jarige leeftijd heb ik een reeks lezingen van Josh McDowell bijgewoond in Haarlem. De onderwerpen die hij daar behandelde zijn allemaal terug te vinden in dit boek. Zelf heb ik de eerste Nederlandstalige versie met de titel: Meer dan timmerman. Je kunt het in relatie tot de rest van McDowell’s apologetische boeken vergelijken met wat The Hobbit van J.R.R. Tolkien is in relatie tot diens magistrale trilogie The Lord of the Rings. Josh McDowell heeft namelijk veel meer geschreven dan dit kleine boekje, zoals zijn diverse ‘Evidence boeken’ en andere apologetische studies.

In het eerste hoofdstuk bespreekt McDowell achtereenvolgens de naam (en titel) van Jezus Christus, de goddelijke eigenschappen zoals in het Nieuwe testament aan Jezus toegeschreven, het belangrijke gegeven dat Jezus eer en aanbidding ontving en het feit dat de meeste volgelingen (acht concrete voorbeelden worden genoemd) van het eerste uur vrome Joden waren die allemaal in één God geloofden. Vervolgens bespreekt hij tal van teksten en gebeurtenissen uit de vier evangeliën, mede in het licht van de toenmalige religieuze context. Uit de heftige reacties van de Farizeeën en de Sadduceeën op de woorden van Jezus, zien we juist wat er echt speelde bij die interacties. De goddelijke claims van Jezus, die de toenmalige toehoorders heel goed begrepen, kun je mede afleiden uit dergelijke gebeurtenissen.

Alleen naar de synoptische evangeliën kijken (Mattheüs, Markus en Lucas) voor onze ‘bewijslast’ zou net iets te gemakkelijk zijn. Het evangelie van Markus wordt algemeen beschouwd als het oudste evangelie. Om de sceptici tegemoet te komen, moeten we daarom vooral naar dit evangelie kijken. Ter illustratie een citaat uit Meer dan timmerman. Het leuke hiervan is, dat ik me nog kan herinneren hoe Josh McDowell dit in een van zijn lezingen gebruikte.

“Toen ik eens een lezing hield voor studenten in de literaire faculteit van de universiteit van West Virginia, onderbrak een professor me en zei dat het enige Evangelie waarin Jezus beweert God te zijn, het Evangelie van Johannes was en dat dit het laatst geschreven was. Hij beweerde vervolgens dat Markus, het oudste Evangelie, die aanspraak van Jezus op God-zijn niet eenmaal noemt. Het was duidelijk dat deze man Markus niet had gelezen – of niet veel aandacht had geschonken aan wat hij las.”

Vervolgens bespreekt McDowell twee voorbeelden uit het Markus Evangelie, waaruit duidelijk het tegendeel blijkt van wat deze professor beweerde. Misschien had deze sceptische professor nog wel iets interessants te melden had over de verhaalstructuren en verteltechnieken in het Markusevangelie, maar McDowell maakt daar verder geen melding van.

In verband met die literaire aspecten noem ik het boek van Wessel Stoker Is geloven redelijk? (Meinema, 2004) Een spannend academisch werkje over de relatie apologetiek en geloofsbeleving. Ter illustratie van zijn studie gebruikt Stoker speciaal het Markus evangelie (pag.150-178). Als opmaat van zijn eigen analyse geeft hij een citaat uit Christology as Narrative Quest van M.L. Cook. Zijn korte reactie daarop vermeld ik hier in plaats van zijn hele verdere betoog (in: “II.4.3.2 Marcus als narratieve verklaring”). Dit omdat het goed als samenvatting kan dienen en e.e.a. voldoende duidelijk maakt.

Cook wijst hier op het extra van het evangelieverhaal in vergelijking met de gebeurtenissen uit het leven van Jezus. Het evangelieverhaal geeft de plot en daarmee de identiteit van Jezus aan zoals dat niet mogelijk zou zijn geweest tijdens Jezus’ leven zelf. Het is immers geschreven vanuit de ‘vertelde tijd’, vanuit het einde, vanuit de gekruisigde Jezus die opgewekt is uit de doden. Daarom kan Marcus inzetten met de woorden ‘Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God’. Het evangelieverhaal laat het geheel van Jezus’ optreden zo zien dat het antwoord geeft op de identiteit van deze mens: Hij is de messias (Marc. 8:29), de messias, de Zoon van de Gezegende (Marc 14:61).

Het extra van het bijbelverhaal betreft ook de werking op de lezer of luisteraar. Cook wijst in dit citaat erop dat het verhaal ons de eigen persoonlijke en gemeenschapsidentiteit laat ontdekken in de voortgaande geschiedenis van God. We zijn als mens verhaal in aanleg. Op de vraag wie we zijn, kunnen we ons levensverhaal vertellen, dat verdiept wordt door confrontatie met het bijbelverhaal om zo te komen tot een keuze waar wij in het leven staan.

Het mini-symposium op de VU waar genoemd boek van Wessel Stoker besproken werd, is voor mij een waardevolle herinnering. De auteur verdedigde zijn stellingname tegenover een fanatiek-atheïstische opponent. Hij noemde ondermeer de menselijke liefde als teken van de aanwezigheid van God in deze wereld (zie ook: II.5.3.1- Het hart als knooppunt van de affectieve kennis). Kortom, een intellectueel boek met sterke argumentaties.

Hero and example
Ik maak een uitstapje naar zendingsorganisatie WEC International. Over de oprichter daarvan, C.T. Studd, verscheen het boekje Fool & Fanatic? met Quotations from his letters compiled by Jean Walker, zoals:

“Some wish to live within the sound – Of Church or Chapel Bell. – I want to run a rescue shop – Within a yard of Hell.”
“If Jesus Christ be God and died for me, no sacrifice can be too great for me to make for Him.”

Deze citaten geven zijn levensmotto goed weer. Maar waarom het woordje ‘if’? Was de grootste zendeling van de vorige eeuw misschien niet helemaal zeker van zijn zaak? Even Googlen en de vijf ‘founding principles’ van zijn levenswerk verschijnen op je beeldscherm:

  1. Absolute faith in the deity of each person of the Trinity.
  2. Absolute belief in the full inspiration of the Old and New Testament Scriptures.
  3. Total commitment to know and to preach none other than Jesus Christ and Him crucified.
  4. Obedience to Christ’s command to love all who love the Lord Jesus sincerely, without partiality, and to love all people.
  5. Absolute faith in the will, power and providence of God to meet our every need in His service.

Nee, het ging C.T. Studd zeker niet om enig ‘if’, indien of als, maar juist om het woordje ‘sacrifice’. Hij twijfelde uitsluitend aan de kwaliteit van zijn eigen inzet als zendeling en of hij wel echt bereid was om daadwerkelijk offers te brengen voor de levende Christus. Ter illustratie hierover nog een derde citaat:

“I am getting desperately afraid of going to heaven for I have had the vision of the shame I shall suffer as I get my first glimpse of the Lord Jesus; His majesty, power and marvellous love for me, who treated Him so meanly and shabbily on earth, and acted as though I did Him a favour in serving Him! No wonder God shall have to wipe away the tears off all faces, for we shall be broken-hearted when we see the depth of His love and the shallowness of ours.”

Toen ik op mijn 18e een half jaar als vrijwilliger (language student) op WEC-Bulstrode verbleef, verscheen genoemd boekje Fool & Fanatic? Een bonte verzameling citaten uit de persoonlijke correspondentie van C.T. Studd. Vijf dagen per week was daar ’s-ochtends een ‘devotional’ in de kleine kapel op landgoed Bulstrode. Menigmaal werd de geliefde oprichter van zendingsorganisatie WEC met passie herdacht én geciteerd. Spannend was het daar zeker. Een portrettengalerij van zendelingen die gedood waren vanwege hun zendingswerk, sierde de wanden van de eenvoudige kapel. Daar maakte je geen grapjes over!

Wat is er nu zo spannend?
De meeste mensen zullen bij bijbellezen niet direct denken aan het woordje spannend. Toch kan het heel spannend zijn om diep na te denken over het evangelie en over de consequenties daarvan voor je eigen leven. Niet-gelovigen denken misschien dat het leven van een christen saai en vol verboden is, maar als je Jezus door een persoonlijke geloofservaring leert kennen, gaat er een wereld voor je open. Maar wat is dan dat ‘sacrifice’ waar C.T. Studd het over had? Tegenwoordig heeft het er alles mee te maken dat je keuze voor Jezus je door de geseculariseerde wereld om je heen, niet in dank wordt afgenomen. Voor zendeling Studd betekende het echter veel meer dan dat, nameijk ver van huis (Africa) vele ontberingen lijden en zich ongewone opofferingen getroosten. Maar ja, C.T. Studd was niet voor niets een beetje ‘a fool’, of toch gewoon ‘a fanatic’?

Helaas kan ‘spannend’ ook in negatieve zin betekenis krijgen. Een jaar of wat geleden kocht ik voor mijn tienerdochter  een exemplaar van jongerenmagazine HebbeZ!, een ‘christelijk’ alternatief voor tienerbladen als Hitkrant en Breakout. De oprichter van dit blad is de zoon van de Nederlandse evangelist Ben Hanegraaff. Het overkwam zoon Robert dat hij ‘plotsklaps’ (2007) de Bijbel met andere ogen ging lezen. Om een lang verhaal kort te maken, niet alleen het blad HebbeZ! ging daardoor ter ziele, maar ook Robert zelf raakte het spoor bijster. Hij vertelde hier openlijk over in zijn magazine en hoewel hij op zijn weblog vermeldt het geloof te hebben behouden, schrijft hij het volgende: “Want als dit waar zou zijn, dan had ik de afgelopen 30 jaar van mijn leven gebaseerd op een interpretatie van de waarheid en niet meer dan dat.”

Hoe lezen wij de bijbel?

Nu kan ik hier niet verder ingaan op de geloofstwijfel van Robert Hanegraaff, maar ik meen te weten dat hij uit een sterke pinkstertraditie kwam, waar vaak geluiden opgingen dat je maar beter niet teveel naast de Bijbel moest lezen. Daarmee bedoelde men dan vooral theologische boeken, maar ook andere serieuze lectuur. Mijn indruk is dat als je met een dergelijke achtergrond op latere leeftijd dat wel gaat doen, dat je dan de ervaring mist hoe e.e.a. te moeten duiden en relativeren. Ook mis je waarschijnlijk goede ‘sparring partners’ in je soloreis door theologenland. In Nederland zijn de boeken van ‘ex-evangelical’ Bart D. Ehrman, erg bekend geworden. Voor Robert Hanegraaff was juist deze vrijzinnige theoloog een brug te ver. Robert was er, populair gezegd, van Van de kaart. Mijn verzuchting daarbij is: jammer dat niet iedereen het informatieve blog van Mark D. Roberts kent. Deze Roberts heeft tal van sublieme artikelen geschreven over de betrouwbaarheid van de Bijbel, mooi geïllustreerd en spannend bovendien!

In de Wetenschapsbijlage van het NRC van zaterdag 26 september 2009, staat een minirecensie van het nieuwste boek van Barth Ehrman Jesus, Interrupted. Recensent H. Spiering schrijft: “De belangrijkste kwestie is waarschijnlijk dat de ‘Jezus=God’ -boodschap uit het Johannesevangelie totaal is gaan domineren in de lezing van de andere evangelies. Maar in Markus, Lukas en Mattheüs staat toch echt wat anders. In Markus, het oudste evangelie, predikt Jezus bijvoorbeeld vooral boetedoening, want het einde der tijden nadert. In Johannes, het laatst geschreven evangelie, preekt Jezus vooral geloof in zichzelf.”

Een tweede ‘spannend’ zijspoor.

Het is niet mijn bedoeling om hier in te gaan op de twee-naturen-leer van Christus (concilies etc.). Ook is het niet mijn opzet om, zo ik dit al zou kunnen, hier de leer van de ‘drie-eenheid’ te bespreken, of de betekenis van ‘Zoon van God’ te bespreken in relatie tot de notie van ‘Zoon des mensen’ (komt veel voor in de evangeliën). Wat ik hier hoofdzakelijk wil doen is een studie naar de identiteit van Jezus, zoals die in de evangeliën naar voren komt. Echter, een tweede uitstapje als een kleine apologie voor sceptici wil ik toch maken.

De vrijzinnige PKN-dominee Jan Offringa doet in zijn boek Na een gezonde geloofscrisis (Skandalon, 2008) een verwoede poging het optreden van Jezus tijdens Zijn laatste dagen primair te bezien tegen de achtergrond van “Jezus’ conflict met de Sadduceeën en de priesterfamilies van het Sanhedrin.” Offringa denkt af te moeten rekenen met de idee van een Goddelijk plan waarin de kruisdood van Jezus plaats en doel zou hebben gehad. Hij wil, naar eigen zeggen, “een vrij gangbaar beeld onder gelovigen bijstellen.” Jezus zou, inspelend op de ontwikkelingen, zoekend en tastend zijn weg door het leven gaan en gaandeweg ontdekken dat zijn boodschap, naast bijval, ook grote weerstanden opriep, etc. Jezus blijft, aldus Offringa, “tot op het laatst een aangevochten mens.”

Zoals ik het zie, ‘the authors of the gospels leave no room for doubt.’ Maar hoe kan het dan, dat we onlangs in het Nederlands Dagblad konden lezen dat volgens enkele bekende (vrijzinnige) theologen Jezus niet (gelijk aan) God is? Een citaat:

“Offringa oordeelde echter dat Hoogenkamp zich verwijdert van Jezus’ woorden. Hij heeft zelf duidelijk gemaakt geen God te zijn. Haasnoot was het daarmee niet eens: ,,Juist de goddelijkheid van Jezus heeft de weg naar het kruis in gang gezet. Het conflict met de joden ontstond niet omdat Hij zo anders was, maar omdat hij liet staan dat mensen Hem identificeerden met God.”

Waarom dit uitstapje? Ik wil hier beargumenteren, en dit in tegenstelling tot wat Offringa beweert, dat orthodoxe theologen eveneens beamen dat de tempelreiniging en de confrontatie met de Joodse tempelelites onvermijdelijk resulteerde in het arrest van Jezus en de uiteindelijke kruisiging. Ik herinner mij goed de stellingname van een mij bevriende Koreaanse promovendus op de VU, Hyeon Woo Shin, die tijdens de verdediging van zijn proefschrift de visie bevestigde dat juist die laatste confrontatie in de tempel voor Jezus ‘cruciale’ gevolgen had. Na zijn promotie is Hyeon Woo teruggegaan naar Korea. Tijdens één van onze laatste ontmoetingen vertelde hij me dat hij inmiddels een jaar lang les had gegeven uitsluitend over het Markusevangelie, vanuit de Griekse grondtekst. We zaten toen in de trein en terwijl hij zo naar buiten keek, merkte hij op dat de leefwereld uit de tijd van Jezus, zoals hij die ervoer na een jaar lang van intensief lesgeven, voor hem welhaast reëler was dan de werkelijkheid om ons heen. Deze erudiete VU-promovendus geloofde onvoorwaardelijk in het missionaire plan van God, het messiaanse doel van Jezus’ leven op aarde en in Zijn plaatsvervangend sterven aan het kruis, evenals in de Goddelijke identiteit van de historische Jezus van het Nieuwe Testament.

Als dit blog er ook maar enigszins toe zal bijdragen om dwalingen zoals Ehrman en Offringa die verkondigen, te helpen doorzien, dan is me dat al veel waard. Er is veel kritiek mogelijk op de methodiek van dergelijke theologen. Daarover zul je in bijvoorbeeld een NRC-minirecensie natuurlijk niets vernemen. Zo merkte iemand snedig op, dat Ehrman zelf geen enkel commentaar heeft geschreven van enig bijbelboek uit het Nieuwe Testament. Dat geeft mij te denken. Bart D. Ehrman is bepaald geen kleine jongen onder liberale theologen, maar een zekere eenzijdigheid in zijn benadering, kan de kritische lezer toch niet ontgaan. En waar ik me bij Offringa over verbaas, is het suggestieve in zijn benadering. De twijfel en de vragen m.b.t. de diverse (on)waarschijnlijkheden van het evangelieverhaal worden merendeels taalkundig ‘verkocht’ aan de lezer.

Waardoor is Jezus zo anders?

Als laatste punt wil ik nog noemen de vele verwijzingen in de evangeliën naar het Oude Testament. Wie kent niet de bekende en vervulde profetieën met betrekking tot de geboorte van Jezus. In verband met Zijn eigen identiteit, roeping en missie verwijst Jezus met name naar Mozes en diens profetisch spreken over de komende messias. Een belangrijk gegeven is zeker ook het specifieke taalgebruik van Jezus in de vele ‘Ik ben’ teksten. In deze uitspraken associeert Jezus zich met de God van Israël, zoals JHWH zichzelf openbaarde in het Oude Testament. Jezus verkondigde: ‘Ik ben het licht der wereld’; ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’, en: ‘Ik ben de herder van de schapen’. Uit handschriftonderzoek zou namelijk blijken dat die laatste tekst niet moet luiden: ‘Ik ben de deur van de schapen’ (zoals in veel bijbelvertalingen vermeld). Zie het artikel van Pieter Lalleman in Ellips (januari 2009): Beroemd bijbelhandschrift P75 verhuist (pagina 7-10).

Ik verwees eerder naar de boodschap van Johannes de Doper: Jezus zal dopen met de Heilige Geest. Zo stelt Johannes Jezus aan ons voor, zijnde gelijk aan Jahweh, de God van Mozes in de woestijn. Waardoor is Jezus zo anders?  Het is de titel van het eerste hoofdstuk uit het boekje: Meer dan timmerman. Jezus was niet de een of andere oudtestamentische profeet of zomaar een nieuwtestamentische leraar (rabbi), nee, Hij presenteerde zichzelf overduidelijk als de Zoon van God en de beloofde Messias van het volk Israël.

Voor een goede samenvatting van de betekenis van de namen van Jezus verwijs ik tot slot naar een kort artikel op internet van Rob van de Weghe, een van de meelezers van dit blog. Klik hier voor de link. Rob van de Weghe schreef het boek Gefundeerd geloof (Medema, 2008). Een prachtig Nederlandstalig apologetisch boek. Aanbevolen dus voor verdere studie.

Advertenties

2 gedachtes over “Over Jezus

  1. Ben Hanegraaff

    Dit is een op taalfouten gecorrigeerde tweede versie van mijn eerdere bericht: U schrijft op internet over mijn zoon Robert Hanegraaff het volgende: “Nu kan ik hier niet verder ingaan op de geloofstwijfel van Robert Hanegraaff , maar ik meen te weten dat hij uit een sterke pinkster geloofstraditie kwam, waarbinnen vaak geluiden opgingen dat je maar beter niet teveel naast de Bijbel moest lezen.” Nu wil ik toch even aan u doorgeven dat dit bericht TOTAAL NIET KLOPT. Mijn naam is Ben Hanegraaff en mijn zoon heet inderdaad Robert Hanegraaff. Maar dat hij uit een geloofstraditie kwam waar je naast de Bijbel maar beter niet zoveel andere boeken moest lezen KLOPT NIET! En waarom klopt dat niet? Mijn vrouw Nellie en ik hebben in Engeland nl. een gedegen Theologische opleiding ontvangen! Een opleiding waarbij ik Cum Laude ben afgestudeerd en zelfs een eerste prijs heb gekregen als zijnde de beste student van de Bijbelschool waar wij studeerden. Dus dat Robert is opgegroeid in een traditie waabij je eigenlijk alleen maar in de Bijbel mocht lezen … dat klopt absoluut niet! Nee, er zijn nl. hele andere redenen waarom Robert zijn geloof in de “God van de Bijbel” heeft verloren, redenen die niets met zijn achtergrond hebben te maken. Dit wou ik toch even aan u doorgeven! Ben Hanegraaff, Alphen aan den Rijn

    1. Geachte heer Hanegraaff,

      Dank voor uw reactie. U liet mij eerder weten dat u in Birmingham heeft gestudeerd. Die bijbelschool aldaar heb ik als achttienjarige eenmalig bezocht om me daar eventueel in te schrijven. Het is er toen helaas niet van gekomen.

      Met de achtergrond van uw zoon doelde ik eigenlijk meer op de sfeer rond de leefgemeenschap Pniël in Amsterdam, waar ik in de jaren tachtig een tijdje woonde en waar u toen meer dan eens sprak. Daarmee zeg ik dus niet dat u invloed had op die sfeer, maar mijn ervaring in pinksterkringen is wel dat het intellectuele interesse niveau op z’n minst niet bijster goed ontwikkeld is/was.

      Het spijt mij zeer te horen dat uw zoon het geloof in Jezus (vooralsnog) niet hervonden heeft. Dat moet u pijn doen. Ik heb Robert in de evangelische boekwinkel in Amsterdam destijds een aantal keer gesproken en mijn vrouw kende zijn vrouw toen van de evangelische basisschool de Morgenster.

      Ik heb niet de mogelijkheid gehad om het roemruchte artikel van uw zoon te lezen dat hij publiceerde in het jongerenmagazine Hebbezz (zo heette dat blad toch?). Ik kocht het wel eens voor mijn kinderen. Mochten er andere en/of meer persoonlijke redenen zijn voor Robert om het geloof in Jezus los te laten, dan weet u dat en zult u dat niet op internet met mij delen. Alle begrip daarvoor.

      Tenzij u alsnog ernstig bezwaar maakt tegen mijn tekst en/of als ik iemand ermee (danig) kwets, wil ik de tekst eigenlijk zo laten. Ik heb de tekst al eens eerder aangepast, maar zal er straks opnieuw kritisch naar kijken. Wat mijn betoog betreft, klopt het naar mijn mening in algemene zin namelijk wel. In uw gezin zal er ongetwijfeld aandacht zijn geweest voor theologie en cultuur. Vast veel meer dan in het bollenkwekers gezin waar ik uit kom. Het is moeilijk je eigen waarden en geloofservaring(en) door te geven aan je kinderen. Ik ken die ervaring als ouder. Ik wens u het allerbeste toe en waardeer het zeer dat u reageert. Ik hoop dat u genoegen kunt nemen met mijn reactie.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s